Marion Augustijn

Werkzaam sinds: Juli 2015

Marion is nu een half jaar vrijwilliger in het Parkhuys en één keer per maand te vinden op de woensdag in de dependance, op de 2e verdieping, van het Flevoziekenhuis. Ze is gastvrouw en vertelt uitgebreid haar verhaal.

Waarom bent u bij het Parkhuys komen werken?
Ik werkte in het ziekenhuis en werd 65, dan moet je eruit. Drie dagen voordat ik wegging overleed mijn man aan acute leukemie. Ik had geen man meer, geen baan meer, wat ga je dan doen? Ik was al van plan om naar het Parkhuys te gaan met mijn man, toen hij nog kon, voor een gesprek. Maar dat is er niet meer van gekomen, omdat hij heel ziek was. Toen dacht ik: misschien kunnen ze iets voor mij betekenen. Op de website stond dat ze een gastvrouw zochten en dat was echt iets voor mij. Het werken bij het Parkhuys is heel leuk. Ik neem ook deel aan de Alleen Verder groep, want ik moet ook alleen verder. Het is een hele fijne, prettige groep. Zo ben ik hier terecht gekomen.

Heeft u over het Parkhuys gelezen of gehoord, hoe bent u hier gekomen?
Ik had op internet gezocht naar een steunpunt, toen mijn man zo ziek was. Ik had mij ingeschreven op een website voor mensen met kanker, ik hoorde daar niets van. Toen kwam ik bij het Parkhuys terecht, wat ook vlakbij mijn woning ligt.Dus dat was perfect.

En toen bent u binnen gestapt?
Ik had een keurige sollicitatiebrief gestuurd en later nog gebeld. De andere dag belde Ruth (doet intake vrijwilligers w.o. gastvrouwen) mij en mocht ik op gesprek komen. Toen was het eigenlijk meteen voor elkaar.

U bent gastvrouw binnen het Parkhuys, wat zijn uw werkzaamheden?
Mensen ontvangen, de telefoon opnemen, zorgen dat de kamers klaar zijn voor als er een groep komt. En vertellen aan de mensen, die binnenlopen, wat er voor hen te doen is in het Parkhuys. Wat ik ook doe is één ochtend in de maand naar het Flevoziekenhuis voor het Parkhuys, want daar hebben we een dependance. We spreken de mensen niet op de kamers, want ze zijn vaak zo ziek, dat ze dat niet zo fijn vinden. Op de kuurkamer zijn patiënten, die, na het ontvangen van chemo, ook weer naar huis mogen.Zij hebben vaak wel behoefte aan een gesprek. Daar heb je dus het meeste contact met de mensen.

Hoe omschrijft u de sfeer binnen het Parkhuys?
Vooral gezellig, het ziet er sfeervol uit als je binnenloopt. De kaarsjes branden, iedereen is vriendelijk, behulpzaam en open, de sfeer is goed. Zeker voor gasten is het prettig binnenkomen.

Wat doet werken bij het Parkhuys u?
Veel. Want anders zat ik alleen thuis. Er is bied afleiding en ik heb het gevoel dat ik een beetje nodig ben, dat ik nog iets nuttigs doe. Dat is prettig, want dat doe ik graag. Ik heb hiervoor zeven jaar in het Flevoziekenhuis gewerkt, ik vind het heerlijk om iets voor een ander te betekenen.

Wat is het meest bijzondere wat u binnen het Parkhuys heeft meegemaakt?
Het meest bijzondere… Ik ben hier natuurlijk niet zo lang. Laatst was een herdenking voor de nabestaanden van de mensen, die het afgelopen jaar in het Parkhuys zijn geweest, maar helaas zijn overleden. Er werden lichtjes in de boom gehangen, er werd een gedicht voorgelezen e3n we staken een kaars aan. Volgend jaar komt er ook buiten een boom. Die wordt vormgegeven door een kunstenaar. In de boom komen dan ook de namen te hangen. Ik heb ook een kaars mogen branden voor mijn man, omdat ik in de Alleen Verder groep zit. Dat was heel mooi, want ik wilde natuurlijk aanvankelijk met mijn man komen.
De Alleen Verder groep vind ik een fijne lotgenootgroep. Ik ontmoet mensen die ik hiervoor niet kende, niemand kende elkaar. Maar omdat we hetzelfde hebben meegemaakt, alle onze mannen zijn overleden, zitten we met z’n allen aan een tafel en delen we onze verhalen, wat heel plezierig is. Dat vind ik ook heel bijzonder.

Als u als gastvrouw aan het werk bent en er komt iemand naar u toe, die ook een partner heeft verloren, hoe is dat voor u?
Dat is juist fijn, omdat je weet wat ze voelen. In het begin, toen ik nog geen cursus had gehad, was ik geneigd om over mezelf te praten. Dan zei ik: oh ja, dat had ik ook, dat moet je echt niet doen bij een gast. Dat moet je even leren. Ik zit zelf ook nog een beetje in een rouwproces, dan voel je verwantschap en ga je daar al gauw verder op in, terwijl eigenlijk de gasten aan het woord moeten zijn. Sommige mensen zeggen niets en huilen veel. Je bied een luisterend oor. Daarna kun je kijken wat het Parkhuys hen te bieden heeft. Maar dat is de uitdaging.