Hoofdstuk 9: Tussen de kanker door.

Als je vanuit Almere met je auto de A27 afzakt, via de A2 verder rijdt en je het gevoel hebt dat je in de prehistorie terecht komt ben je aangekomen in Het Land Der Vlaaien. Koningin van Het Land Der Vlaaien is Mama Miranda, Mama Miranda woont hoog in haar torentje met haar prins Leo en regeert daar over de conclave Geleen. De mensen daar zijn heel gelukkig.
Sinds kort hebben ze ook daar telefoon (kunnen de postduiven met pensioen) en sommige onderdanen hebben zelfs televisie (beter voor het milieu in plaats van die oude rooksignalen). Hoe het ook zij, daar in het diepe, diepe zuiden van ons land leeft een belangrijk lichtpuntje. Ja, het klinkt misschien gek maar dat is koningin Mama Miranda.

De afstand tussen Almere en Geleen lijkt niet alleen groot. Hij is ook groot. Kunnen wij nog met de auto naar het zuiden rijden, zij moeten met de trein naar het noorden. Een auto is daar niet beschikbaar. Dat betekend drie uur ‘comfortabel’ treinen heen, drie uur terug. Overstappen op tochtige stations, aansluitingen missen door (on)verwachte vertragingen, kortom ellende alom.
Toch komt zij steeds weer. Want haar kinderen in Almere hebben haar nodig. Zodra ze ons huis binnen stapt lijkt het wel of de zon een beetje meer gaat schijnen en krijgen we altijd het gevoel dat alles wel goed zal komen. Leo moet haar dan missen en dat vindt hij niet leuk al realiseert hij zich dat het voor een goed doel is. Eigenlijk vindt hij dat hij ons een beetje in de steek laat omdat hij altijd in Geleen moet achter blijven. Dit is natuurlijk onzin. Juist door er voor te zorgen dat het huishouden daar gewoon doorgaat en hij Mama Miranda hiermee enorm ontlast heeft hij een meer dan belangrijk rol in de steun die wij vanuit het zuiden kunnen ontvangen.

Dit soort steun is onontbeerlijk. De persoonlijke emotionele steun van onze naaste vrienden en familie is een belangrijk medicijn en we mogen God op onze blote knieën bedanken dat wij die luxe hebben.
Het vreemde is dat je van sommige mensen vanuit je omgeving hoort dat ze wel wilden maar niet durfden te bellen. Je moet dit gevoel respecteren maar mag hier je vraagtekens bij zetten. Elke vorm van persoonlijke steun zal dankbaar worden ontvangen en hoe spijtig het ook is, met andere verhalen daar kan ik niets mee.
Gina heeft dat begrepen. Gina is mijn nicht en we hebben eigenlijk al jaren geen direct persoonlijk contact meer. Toch hangt zij op een avond aan de telefoon en zit ik meer dan een uur met haar te praten. Ik kan mijn verhaal bij haar kwijt. Ze weet precies hoe ze moet luisteren en zegt precies de goede dingen. En Arie? Haar vriend? Die sleept mij mee naar mijn clubje in Rotterdam. Hoewel mijn clubje? Het is vooral zijn clubje. Arie eet, drinkt, slaapt, denkt, voelt en nog veel meer Feijenoord. Toch zijn die paar keer dat ik met mijn kale magere kop verstopt onder mijn vaste rode petje tussen de harde kern van De Club mag zitten precies die injecties die alles weer wat dragelijker maken. Hoewel de ‘kanker’ uitroepen van mijn collega supporters wel wat ongepast zijn in mijn situatie, maar kan ik ze dat kwalijk nemen?

Het is niet het enige voetbal tijdens mijn chemo dagen. Nederland – Wit Rusland mag ook genieten van mijn aanwezigheid. Als vaste oranje supporter sleep ik mij begin september naar het PSV stadion onder begeleiding van Miran, broer Patrick en buurman Jan.
Zaterdag middag genieten wij van een oranje binnenstad van Eindhoven en rond een uur of vijf besluiten we met z’n vieren ergens een hapje te gaan eten. Eten! Een kritiek onderwerp voor mij.
Tegen half zes zitten we op een terras en bestellen. Ik bestel saté met frites. Rondom ons is alles oranje en wacht volgens mij iedereen op hetzelfde. En dat blijven we met z’n allen doen want er komt…..niets. Tegen zeven uur is Miran het zat.
-‘Als ze het niet komen brengen dan ga ik het halen.’
-‘Rustig Miran, ze komen zo echt wel.’
-‘Hallo, we zitten hier met een kritiek etensgeval hoor. Het duurt al anderhalf uur. Volgens mij denken ze dat de wedstrijd pas morgenavond begint.’
Er loopt een ober langs.
-‘Hallo daar. We hebben al meer dan ander halfuur geleden bestelt. Heeft u enig idee hoe lang het nog duurt?’
-‘Sorry het is erg druk maar het kan elk ogenblik komen.’
Ik begin mij zorgen te maken. Eten is al een groot probleem en als het niet snel komt voorzie ik nog grotere problemen. Wegschrokken en rennen naar het stadion zit er voor mij toch echt niet in.
-‘Nu ben ik het zat. Ik ga het halen.’
Miran staat op en loopt naar binnen. Twee minuten later komt zij terug en haar ogen spuwen vuur.
-‘Wat een klere zootje is het hier. Volgens mij moeten ze het nog gaan maken en het is al half acht. Wat gaan we doen? Blijven we of gaan we?’
Het is inmiddels een puinhoop op het terras. Iedereen heeft woorden met het personeel we staan al met onze jassen in de hand als bij wonder het eten verschijnt. Het is tien voor acht. Over vijfentwintig minuten begint de wedstrijd en dus wordt het…..wegschrokken en rennen.
Ik voel alles in mijn lichaam protesteren en vrees het ergste. Ik vrees het niet eens meer, ik weet het zeker. Een voor mij onbekende collega supporter zal straks in zijn nek door mij worden vol gekotst. Een geweldig vooruitzicht. Het stadion ligt hooguit tien minuten lopen van het terras maar het lijkt voor mij een marathonafstand en ik kruip uiteindelijk de tribune op. Ik moet het redden….ik moet….ik moet….Mijn maag voelt eigenaardig aan maar ik probeer er mentaal op de juiste manier mee om te gaan en het lukt! Met dank aan Leonie. Zij leert mij met dit soort ongemakken om te gaan en het lukt. Het gevoel in mijn maag verdwijnt en de supporter voor mij zal nooit weten wat hem bespaart is gebleven.

Kanker en voetbal schijnen elkaar trouwens aan te trekken (misschien daarom die ‘gepaste’ spreekkoren op de tribunes). Ik kan mij vrijwel geen tijd herinneren dat ik vaker door iemand ben uitgenodigd voor een voetbalwedstrijd als gedurende mijn chemo tijdperk. Door Henk uitgenodigd voor de wedstrijd Ajax – AS Roma, door Onno voor de supercupwedstrijd Ajax – PSV, door Arie voor de wedstrijd Feijenoord – Newcastle United en tenslotte weer naar de wedstrijd van het Nederlands Elftal, vriendschappelijk tegen Argentinië. Telkens word ik letterlijk en figuurlijk meegesleept van stadion naar stadion en ik geniet.

Eigenlijk is het vreemd dat ik, ondanks dat ik er uiterlijk uitzie als een lopende zombie, mij zonder enige schroom tussen de mensen durf te bewegen. Onder normale omstandigheden zou ik mij er zeker druk over hebben gemaakt maar nu niet. Ik heb kanker, zie er niet uit en het interesseert mij geen moer. Het gaat vanzelf. Ik leef mijn eigen leven op mijn eigen aangepaste manier en hoe andere tegen mij aankijken maakt voor mij niets uit. Ik ken die mensen niet eens en dat petje staat mij best wel stoer. Zo kom ik ook in Antwerpen terecht. Een heerlijk dagje uit naar de stad waar Miran haar broer woont voor zijn werk. Een memorabele dag omdat vandaag de enige foto die er bestaat van mij als chemo zombie wordt gemaakt. De enige foto omdat ik er niet meer wil hebben. Want al trek ik mij er ten opzichte van andere niets van aan, ik blijf moeite hebben met het kijken naar mijzelf. Als ik mijzelf in de spiegel zie zakt elke vorm van moed mij in de schoenen en ik weet zeker dat dat beeld op mijn netvlies zal blijven staan. Voor altijd. En dan ook nog foto’s? Dat wordt mij echt iets teveel van het goede. Die ene foto, dat ene beeld, dat is voldoende. Meer dan voldoende.

Nog zoiets leuks! Motorrijden. Alleen is er een klein probleempje. Ik heb geen motor. Maar gelukkig heb ik een neef en die woont in Lelystad.
Ed heeft wel een motor en zelfs een hele snelle. Vandaar waarschijnlijk de bijnaam Edje Raketje. Vlak na de eerste chemo behandelingen is het werkelijk schitterend weer. Een helderblauwe lucht met een goudgele zon, heerlijke temperaturen en nauwelijks wind. En wie stapt daar binnen aan het begin van de vrijdagmiddag: Edje Raketje.
-‘Goedemiddag. Is er al thee?’
Hij werkt bij Douwe Egberts en wil alleen maar thee. Mankeert er soms iets aan die koffie of……
-‘Ook goedemiddag. Al weer klaar met de drukke werkzaamheden.’
-‘Ach je weet het. Een echte vakman maakt nuttig gebruik van zijn tijd en heeft zo tussendoor de mogelijkheid voor een lekker kopje huiselijke thee. Hoe gaat het met je?’
-‘Chemootje hier, chemootje daar, wat kilootjes kwijt en tussendoor wat hangen boven de pot. Het gebruikelijke.’
En dan komt de briljante gedachte zomaar uit het niets in mij op.
-‘Ga jij dit weekend nog op je motor rijden?’
-‘Nee, hoezo?’
-‘Kan ik ‘m een paar dagen lenen?’ Een niet echt logische vraag van iemand die fysiek geen ene moer voorstelt. Die eigenlijk vanuit elk oogpunt gezien hartstikke ziek is. Maar het idee om even heerlijk, volslagen belachelijk, te gaan rijden in dat prachtige weer. Heerlijk vrij alsof de kanker niet bestaat. En het leuke is dat er niemand vraagt of het wel een goed idee is. Miranda niet en Ed ook niet.
-‘Prima. Ik rij zo meteen toch terug naar Lelystad dus als je wilt kan je direct meerijden en de motor mee terugnemen.’

Helm, pak, bril, handschoenen. Zoeken, af en toe vloeken, uiteindelijk alles vinden en op weg naar het racemonster. Heen met de auto over de A6, terug op de motor over de dijk langs het IJsselmeer. Waarschijnlijk een van de meest ondoordachte, onverstandigste en stomste beslissing die ik heb kunnen nemen maar zo ongelofelijk leuk, gaaf en vooral HEERLIJK.
Het is alles wat ik ervan verwacht. Een ultiemer gevoel van geluk en vrijheid zal ik waarschijnlijk nooit meer op een motor krijgen. Ik ga zelfs in de namiddag met dat ding naar Leonie. Stel je voor. De door middel van chemotherapie vechtende kankerpatiënt gaat op een elfhonderd cc wegracer naar zijn psycho-sociale therapeut. Een groter onverantwoordelijk contrastbeeld is niet denkbaar. Althans niet in mijn simpele leventje.
Iedereen kan zich natuurlijk afvragen welk gezond denkend mens het in zijn hoofd haalt om tijdens een medische behandeling waarbij zijn immuunsysteem wordt afgebroken tot praktisch nul te gaan rijden op een motor langs het toch wel wat frisse IJsselmeer? Dat is toch vragen om problemen? Ik heb gelukkig een excuus. Ik ben geen gezond denkend mens. Ik ben een heel erg ongezond denkend mens en een zeker vorm van ontoerekeningsvatbaarheid is absoluut op z’n plaats. En wie weet heb ik bepaalde latere toegevoegde gezondheidsklachten c.q. negatieve bijwerkingen wel te danken aan dit voortreffelijke ritje. Natuurlijk denk ik daar wel eens over na maar eerlijkheid gebied mij te bekennen dat het mij geen moer interesseert. De enorme positieve mentale stoot die het mij geeft is voor mij doorslaggevend.

Hoofdstuk 10

Copyright © 2002 Huub van Rijn.
Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook.