Hoofdstuk 7: Ik heb lekker kanker, jij lekker niet.

Weet je wat het lekkere is van het hebben van kanker: je mag alles en je hoeft lekker niets. Wat je ook doet, ze pikken alles van je want jij bent die arme kanker patiënt. Natuurlijk pikken ze niet echt alles maar dat laten ze natuurlijk niet merken. Er zullen genoeg momenten zijn dat ze je een grote boerenlul vinden maar dat verdwijnt al weer snel als je ligt te kreunen en steunen van ellende. Vervelend is wel dat al mag je alles, je kan geen moer. Dus echt veel profijt heb je er ook weer niet van. Toch is het gevoel van niets hoeven en niets moeten iets heerlijks. Het is net vakantie.

Ik heb eens een vriend gehad die een paar maanden in de gevangenis heeft doorgebracht. (ik bedoel een vage kennis natuurlijk….. ). Op het kleine onbenullige feitje na dat hij ietwat beroofd was van zijn vrijheid had hij het daar best naar zijn zin. Waarom? Omdat hij niets meer moest! Alle beslissingen werden voor hem genomen, de druk van het dagelijks leven was even weg, geen sores om hem heen (eigenlijk heel veel sores om hem heen maar van een heel ander kaliber dan…..ach, je begrijpt wat ik bedoel) kortom een doodsimpel en zorgeloos bestaan. Dat is het nu ook met kanker. De sores met kanker is dat je dood kan gaan en dat je ziek wordt van de behandelingen maar daar blijft het bij.

Het klinkt misschien ongelofelijk want doodgaan en je doodziek voelen is natuurlijk nogal wat maar het is wel overzichtelijk en je leeft hierdoor ook van dag tot dag. Er veranderd gewoon iets in je hoofd. Er ontstaat bijna een soort van verlichting, een soort van geestelijke ontspanning die op sommige momenten een euforisch gelukzalig gevoel geeft. Je doet, denkt en zegt dingen ineens heel anders. Simpeler zonder na te denken over de consequenties. Niet omdat je dat niet wilt maar omdat je dat niet doet. Gewoon niet doet. Dat gaat automatisch en het rare is dat je gaat merken dat het op die eenvoudige manier ook werkt. Natuurlijk speelt mee dat je omgeving extreem mild is tegenover je. Maar los daarvan kom je er tijdens je ziekte achter dat het allemaal in het leven ook heel anders kan.

Het leven is eigenlijk heel erg simpel maar wij maken het met z´n allen zeer gecompliceerd. Volgens mij ligt de belangrijkste oorzaak in onze mogelijkheid tot communiceren. Wij zijn deze mogelijkheid gaan over-gebruiken. Nog eerder: gaan misbruiken. We lullen wat af op deze wereld.
Dieren onderling hebben alleen functionele communicatie. Zij communiceren alleen over de noodzakelijke dingen met elkaar om er voor te zorgen dat ze zelf in leven blijven. Ook wij worden geboren met deze vorm van beperkte basis-communicatie. Geen enkele baby van enkele weken oud gaat uitgebreid met zijn of haar moeder in discussie over welk onderwerp dan ook. Niets van dat alles. Zodra het honger heeft begint het te krijsen, bij pijn…..krijsen, niet naar de zin….krijsen. Krijgt het aandacht….lachen, eten…..lachen, knuffels…..lachen. En dat is het! Zo gaat het een tijdje door en dan komen de eerste woordjes. Dat begint weer met het voor de overleving van het kind noodzakelijke woordjes als ´mamma, pappa, (s)pelen, poep, noem het hele startende vocabulaire maar op. Dan komt de tijd dat het kind zich moet gaan ontwikkelen. Een goede zaak. We sturen het naar school. Daar leert het weer meer woordjes. Niet alleen spreken, het leert ook lezen, schrijven, rekenen en ga zo maar door. Tot er een moment komt waar één of andere idioot de gevleugelde woorden tot het tot dusver onbeschadigde kind spreekt: ´dat moet je niet pikken´. Iedereen die dit doet moet direct worden opgepakt en levenslang worden bestraft voor misdaden tegen de menselijkheid. Met deze gevleugelde woorden begint de ellende. We gaan meningen vormen die gebaseerd zijn op…..ja, op wat eigenlijk? Op wat van ons wordt verwacht? Op wat we van andere ingeprent krijgen? Op wat we zien op t.v. of lezen in de krant? Allemaal onzin. Weet je waar onze mening op gebaseerd zou moeten zijn? Op wat wij zelf allemaal graag willen. En wat willen we allemaal: ons goed voelen. Een baby begint te krijsen als het zich niet goed voelt en wil dat graag veranderen. Niets meer en niets minder.

Ik lig geveld door de chemotherapie en heb maar één doel: me weer goed voelen. Door de ziekte wordt ik teruggeworpen naar mijn oerinstinct en dat is overleven en mijzelf weer goed voelen. Weer gelukkig zijn. Alles om mij heen kan mij daarbij helpen als ik het zelf toelaat maar is beslist geen noodzaak. Geld maakt niet gelukkig, ruzie maakt niet gelukkig, je zin krijgen ten kosten van andere niet, je gelijk krijgen niet, een mooi huis niet, niets maakt gelukkig tenzij je het mentaal kan vertalen naar geluk. Kanker geeft mij een nieuwe kans. Ik word opnieuw geboren. Hoe vaak zeggen we niet tegen elkaar dat we bepaalde delen van ons leven over zouden willen doen met de kennis die we op dat moment hebben. Ik krijg die kans op de meest elementaire wijzen. Kanker geeft mij de kans het leven te zien door de ogen van een volwassen met de oerinstincten van een baby.

Ons vermogen om te kunnen denken, meningen te geven en te discussiëren geeft weer een opening om over mijn stelling rond mijn ziekte tot in het oneindige met velen in discussie te gaan. Dat ga ik niet doen. Het is voor mij van geen enkel belang wat een ander ervan denkt. Ik hoef niemand te overtuigen. Het gaat erom wat ik met mijn ziekte doe en hoe ik mij eronder voel. Dat is het resultaat van de belangrijkste les in mijn leven tot nog toe. Kanker is mijn les. Op velen fronten. Het gaat er dus niet om wat een ander ervan vindt. Het gaat erom wat ik vind, voel en denk om mijzelf gelukkig te maken. In tegenstelling tot wat het lijkt is dit geen asociale instelling. Integendeel. Het feit dat ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen geluk is per definitie niet hetzelfde dan dat het mij niets kan schelen wat er met de mensen om mij heen gebeurd. Het gaat erom dat mijn denken en handelen primair is gebaseerd op mijn eigen welzijn en dat is per definitie nooit mogelijk met bewust handelen ten koste van iemand anders. Er wordt op deze aarde geen enkele baby geboren die begint te janken met de instelling dat hij daarmee zijn vader of moeder eens lekker wil pesten. Het doet dat alleen omdat het zichzelf klote voelt. Is die baby asociaal? Beslist niet. Het huilt omdat het honger heeft, krijgt te eten, lacht weer en wat gebeurt er: mamma is weer blij. Deze actie heeft tot gevolg dat niet alleen het kind maar ook de moeder blij is. Twee klappen in één!

Kanker heeft mij teruggebracht tot de kernvraag van het leven: wat wíl ik eigenlijk. Gedwongen wordt ´het moeten´ in de kast gestopt en vervangen voor ´het willen´. Het bewust worden hiervan maakt van mij een ander mens. Eerlijkheid gebied mij wel te zeggen dat ik tijdens de eerste maanden van mijn ziekte niet zo dacht. De gedachte ´wat lekker, ik heb kanker´ kwam geen tienduizendste seconde in mij op. Wel de gedachte ´waarom ik?´ Ik voelde mij klote, zielig en bedrogen door alles en iedereen. Alle standaard open deuren waren ook bij mij van toepassing. Het leven was dus toch echt klote. Maar naar mate de tijd verder gaat ontstaat er dat andere verlichtende gevoel. En het feit dat ik in staat blijk dat gevoel te krijgen geeft voor mij direct het antwoord op de vraag: waarom? Ik ben beslist geen ander mens dan wie dan ook. Als ik dat gevoel kan krijgen dan kan iedereen het. We moeten het alleen leren op te vangen. Alle ellende op deze wereld die wij over ons heen krijgen, waarbij we weer helemaal teruggeworpen worden op onszelf, heeft mijns inziens tot doel het leven voor onszelf weer simpel te maken. Het leven en geluk bij onszelf terug te vinden. Ik ben ervan overtuigd dat als de mensheid in zijn geheel in staat blijkt om dit individueel te kunnen dit de sleutel is tot een betere wereld. Halleluja!!!
Het is woensdagavond rond een uur of half zes. Miran komt met een dienblad met twee borden eten naar boven. Bloemkool met aardappelpuree. Ik leg de ongelofelijk lange weg van de bank naar de eettafel af in een recordtijd van twee minuten en ga op de rieten eettafelstoel aan de kopse kant van de glazen eettafel zitten.
-´Nou schat, eet smakelijk.´
-´Jij ook.´
Ik pak mijn vork, haal een stukje van de bloemkool af en stop het in mijn moment.
Gatverdamme. Waar in hemelsnaam smaakt dit nu naar? Ik probeer het thuis te brengen maar kan geen definitie geven aan de smaak die deze bloemkool bij mij teweeg brengt.
Een tweede hap. Nog veel viezer en kennelijk trek ik een bijbehorende gezicht.
-´Wat is er? Smaakt het je niet?´
-´Het spijt mij maar het smaakt naar goedkope parfum of zoiets. Ik kan dit echt niet eten.´
-´Wil je iets anders dan?´
-´Je hebt toch niets anders? Van brood ga ik ook al over mijn nek.´
-´Kom maar hier ik gooi het wel weg. Wat denk je wel te kunnen eten? Spinazie, andijvie, sperziebonen?´
-´Heb je sperziebonen?´
-´Nee die moet ik dan gaan halen dus eten we wel pas weer over een uur of zo.´
-´Nee laat maar. Ik probeer het wel.´
De derde hap was er één teveel. Half van de stoel vallend komen de drie happen er nog sneller uit dan ze erin gingen. Ik val en begin te janken.
-´Geweldig….ook dat nog….´ kreun ik tussen de tranen door.
Miran staat op en pakt mij zachtjes bij mijn schouders vast.
-´Ga maar op de bank zitten. Ik ruim het wel op en ga daarna toch iets anders halen. Je moet iets eten anders waai je buiten nog weg met de wind.´

Strompelend kom ik overeind en schuifel naar de bank. Miran zet de borden terug op het dienblad en loopt naar benden om even later met een emmer water en een dweil terug te keren.
Gewapend met plastic handschoenen maakt ze de vloerbedekking weer schoon. Ik kijk naar haar en realiseer mij dat ik het zonder haar nooit zal redden. Het incasseringsvermogen van deze vrouw in deze strijd is ongelofelijk.
Waarom pikt zij dit van mij. Probeer dit eens thuis. Je vrouw slooft zich uit in de keuken en jij gaat haar vertellen dat het niet te vreten is en kotst het meteen weer uit. Geloof mij dat je de poppen aan het dansen hebt.
Ik had dat niet. Miran accepteert dit omdat ze van mij weet dat het niet tegen haar gericht is. Het is iets van mijzelf en niets negatiefs ten opzichte van haar. Niemand zal zeggen dat ik mij asociaal heb gedragen. Een moeder zal het geschreeuw van haar baby niet accepteren als ze ook maar een beetje het idee heeft dat het tegen haar persoonlijk gericht is. Ze weet dat haar kind zo reageert vanuit een drang die komt uit haar kind zelf en daarom kan ze het accepteren.
Zo is het ook met Miran. Konden mensen maar altijd zo onbevooroordeeld met elkaar omgaan.

Hoofdstuk 8

Copyright © 2002 Huub van Rijn.
Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook.