Hoofdstuk 5: ‘therapie der mensheid‘.

Het hele leven is één grote therapeutische wandeling al staan wij daar eigenlijk nooit bij stil. De eerste belangrijke therapeutische sessie die iedereen ondergaat noemen we ´de opvoeding´. Het behoeft geen uitgebreid betoog dat we er vrijwel allemaal van overtuigd zijn dat zonder een goede opvoeding er niets van ons terecht komt. Of deze stelling waar is of niet doet er niet toe, we zijn er van overtuigd. Dagelijks worden we geconfronteerd in de kranten en op de televisie met ontspoorde mensen waarbij we concluderen dat het bij de eerste therapie behoorlijk fout is gegaan. We accepteren dus het feit dat we als mensen de juiste therapie nodig hebben om in het leven de juiste weg te vinden.

Eigenlijk is het met onze geest hetzelfde als met een computer. Een computer is primair een apparaat wat zelf niets kan. Het is niets meer dan een omhulsel met een hoeveelheid elektronica wat door ons moet worden aangestuurd. Wij moeten het voorzien van informatie en programma´s zodat het apparaat uiteindelijk naar behoren gaat functioneren. Eigenlijk zijn wij de therapeuten voor onze computers. Nu zijn niet alle computers gelijk en zijn zeker de programma´s verschillend. Het is dus belangrijk dat wij de juiste therapie geven. Daar moeten we heel secuur mee omgaan. Geven we de verkeerde therapie dan ontstaan er problemen. Het zooitje loopt vast. En wat doen we dan? We beginnen tegen te schelden, rammen een paar keer op het toetsenbord en schoppen hem in een hoek. We geven hem de schuld. Die ´klote computer werkt niet´. Dat is natuurlijk niet terecht. Uiteindelijk doet hij precies datgene wat zijn therapeut hem heeft geleerd. En dat dat uiteindelijk botst met zijn ‘persoonlijkheid’ daar kan hij niets aan doen.

Is het dan de schuld van de therapeut? We gaan er vanuit dat zijn therapeut met de beste bedoelingen sessie na sessie met hem heeft doorlopen. De therapeut heeft er namelijk geen enkel belang bij om zijn of haar patiënt ´te laten vastlopen´ in het leven. Toch is het verkeerd gegaan en wat is nu de oorzaak? De oorzaak zit hem in de soort therapie of de wijze waarop de therapie is gegeven. En daarmee zijn we eigenlijk direct gekomen bij één van de moeilijkste punten. Wat bepaald nu eigenlijk de juiste therapie? Hoe bepaal je dat? Als we ermee gaan werken weten we al een hoop van dat ding. We weten de hoeveelheid geheugen, de snelheid van de processor, het soort besturingssysteem en we kennen de verschillende programma´s die staan op ´zijn harde schijf´. Als we de therapie beginnen met het invoeren van gegevens op een manier die overeenkomt met dat wat de computer exact nodig heeft en aankan is er niets aan de hand. Maar als we de therapie niet goed afstemmen op onze patiënt dan bestaat het risico dat het misloopt.

Eigenlijk is iedereen die met een computer werkt een therapeut. Een IT-therapeut. Als IT-therapeut hebben we het wel een stuk makkelijker dan als mensen-therapeut. Wij kunnen vrijwel zeker de perfecte therapie geven aan onze ‘client’ mits we over de juiste technische kennis beschikken. De mensen-therapeut daarentegen is veel meer afhankelijk is van onbekende faktoren. Daar zit het grote verschil tussen ons en een computer. We begrijpen eigenlijk niets van onszelf. Een computer is een apparaat wat altijd logisch reageert (al denkt de gemiddelde gebruiker daar vaak heel anders over!!!). Zelfs als er iets fout gaat is dat volledig logisch te verklaren. Het is niet leuk, maar wel logisch.

En wij…..wij lijken helemaal niet logisch en allemaal verschillend. We begrijpen maar weinig van ons eigen besturingssysteem. Er zijn op deze wereld geen moeilijkere computers dan wijzelf en er is geen Bill Gates te vinden die een Windows kan ontwerpen waarop we allemaal kunnen draaien. Misschien is God wel onze Bill Gates maar dan heeft hij nog een hoop werk te doen. Ik ben er van overtuigd dat de aandelen van Zijn (of Haar) bedrijf het een stuk slechter zullen doen dan van Zijn (of Haar) aardse collega.
Zodra je bent geboren heb je de therapie niet voor het uitkiezen. Onze Hemelse Bill Gates heeft onze programmeurs al voor ons uitgezocht en wij hebben de therapie maar te ondergaan. Op zich geen probleem alleen zit er een behoorlijke adder onder het gras. Wij hebben ergens nog een kleine chip zitten die onze aardse Bill Gates zo graag zou willen namaken…..een hele mysterieuze chip. Een chip die zomaar dingen doet, vanuit zichzelf. Althans dat lijkt zo. De naam van die mysterieuze chip? Emotie.

Daar wil ik het nu graag over hebben: onze emotie. De aardse Bill zou dit o zo graag in zijn computers willen stoppen en ik vraag mij eerlijk gezegd een beetje af waarom. Want door onze emotie zijn wij niet onder controle te houden en dat willen we toch zo graag in deze tijd. Controle. Controle over onszelf en vooral over elkaar. Hoe vaak vinden we niet dat we onszelf moeten beheersen, dat we ´onze emoties onder controle moeten houden´. We mogen wel blij zijn maar ook weer niet te blij. We mogen verdrietig zijn maar niet te verdrietig of te lang. We mogen bang zijn maar moeten wel kunnen relativeren. En boos, liever niet, alleen als we vinden dat het nuttig is. We moeten onze emoties beheersen vinden wij. Volledige controle! Stel je toch eens voor dat wij onze emoties volledig onder controle hadden. Wat zou het dan een saaie boel worden op de wereld. We zouden beginnen met het uitbannen van onze ´negatieve emoties´. We bannen verdriet, pijn, teleurstelling allemaal uit. De wereld kan best zonder die gevoelens. Nou, dat denk ik niet. Het uitbannen van zogenaamde ´negatieve emoties´ zal direct tot gevolg hebben dat we ook geen positieve emoties meer beleven. Waarom worden we gelukkig? Omdat we een prettigere emotie ervaren dan wanneer we ongelukkig zijn. Maar als we geen ongeluk meer voelen zullen we ook het gevoel van geluk moeten ontberen. Het ervaren van emotie is een kwestie van referentie. Het één ten opzichte van het ander. We hebben een gevoel van kracht ten opzichte van een gevoel van zwakte. We kennen een gevoel van teleurstelling tegenover een gevoel van succes. Ons dagelijks leven bewijst de theorie van referentie. We ervaren iets als donker omdat we net uit een lichtere situatie komen. Het feit dat wij als mensen emotie kennen moeten we koesteren. Ik weet zeker dat de aardse Bill nooit zou willen dat zijn computers ook maar een beetje zo zouden functioneren als de mens want dat zou een onbestuurbaar systeem tot gevolg hebben. We zouden de controle kwijt zijn.

Rond de wereld van de therapie heerst voor velen het idee dat we de mens proberen te controleren. Dat we de emotie proberen te beïnvloeden. In zekere zin is dat ook zo maar niet op de manier waarop veel mensen denken. Iemand die vliegangst heeft gaat in therapie. Die persoon komt met de juiste therapie van zijn of haar vliegangst af. Waarschijnlijk heeft iedereen vliegangst maar heeft de één er wel last van en de ander niet. In onze emotie-chip zit kennelijk iets wat wij ´vliegangst´ kunnen noemen. Echter bij de een wordt dat zodanig emotioneel vertaald dat hij of zij met geen stok een vliegtuig is in te slaan en een ander loopt vrolijk vliegtuigje in vliegtuigje uit.. Met therapie kunnen we deze vertaling beïnvloeden.
We kunnen er voor zorgen dat het gegeven ´vliegen´ niet meer wordt gekoppeld aan een emotie als angst maar aan een neutrale of zelfs plezierige emotie. We kunnen de wijze waarop we met dingen emotioneel omgaan sturen, veranderen. Deze sturing noemen we ook wel therapie.
Iedereen vindt het normal dat we direct na de geboorte in therapie gaan. Het liefst bij één of twee ouders maar soms gaan we door onbepaalde omstandigheden in therapie bij derden. Ook onze schoolopleiding is een normale therapie. Ja, zelfs onze werkkring of onze sociale omgeving accepteren wij als therapie, al zullen we het niet snel zo noemen.
We kunnen onze eigen emotie chip soms moeilijk zelf aansturen en de schade die dat bij onszelf teweeg kan brengen kan aanzienlijk zijn. Zo groot dat ons systeem verstoord kan raken en hersteld moet worden. Geen probleem, we bellen gewoon de Helpdesk van onze Hemelse Bill.

Op zich een aardig idee maar dat stuit toch op een aantal problemen. Ten eerste zijn we al een jaartje of tweeduizend op zoek naar het telefoonnummer van deze Helpdesk, laat staan van de Baas zelf. Ten tweede moeten we ook wel een beetje realistisch zijn. Kijk, onze aardse Bill heeft misschien al vele miljoenen gebruikers van zijn systeem, dit staat nog niet in verhouding tot het aantal computersystemen dat zijn Hemelse Collega op de markt heeft gezet. Met zo´n 6 miljard gebruikers heeft hij een behoorlijke Helpdesk nodig en dat lijkt mij organisatorisch toch enigszins problematisch. Stel je toch eens voor hoe lang de wachttijd bij deze Helpdesk wel niet moet zijn. Waarschijnlijk zijn de kosten van de telefoontikken ook niet mis (het lijkt mij een behoorlijk long distance verbinding…..) Gelukkig heeft Hij bij de produktie van ons dit al een beetje voorzien en om zijn eigen organisatie niet direct teveel onder druk te zetten bedacht Hij iets slims. Hij voorzag ons allemaal van een systeem waarmee wij onszelf kunnen ´resetten´. Een soort virusscan met hulpprogramma´s.
Dankzij dit ingenieuze systeem kunnen wij ons allemaal een beetje dokter en therapeut noemen. Als wij ziek worden herkent de virusscan het probleem, stuurt het programma Immuun Systeem aan en wat blijkt…..we worden weer beter. Als we geestelijk in de problemen komen gebeurt precies hetzelfde al noemen we dat programma eigenlijk nooit Immuun Systeem terwijl dat toch het programma is wat wordt gebruikt. Misschien een ander deel van het programma maar het is eigenlijk hetzelfde.

Onze aardse Bill vond dat eigenlijk wel een goed idee en maakte het in zijn Windows gewoon na. Eerst keek hij welke ziektes er in zijn systeem het meest zouden voorkomen en daarvoor bedacht hij slimme opzetjes in zijn programma die de boel zonder inbreng van buitenaf weer beter kon maken. Hij keek zelfs welke zaken van buitenaf, bijvoorbeeld via internet, zijn kinderen ziek konden maken en bedacht ook daar al geneesmiddelen voor. Slimme man, die aardse Bill, al heeft hij het natuurlijk wel allemaal gejat. Maar helaas, al is onze aardse Bill nog zo slim, komen er toch situaties voor dat er hulp van buitenaf moet komen. Gelukkig hebben we dan de IT sector met duizenden specialisten die, helaas tegen schandalige tarieven, onze computers weer beter maken.
Helaas komt dat laatste ook bij ons systeem voor. Hemelse Bill mag dan een veel verder ontwikkeld systeem op de markt te hebben gebracht dan aardse Bill, ook zijn Self Supporting System is niet waterdicht Dan wordt het tijd voor het inroepen van die ander IT sector. We gaan naar de dokter, de tandarts of de chirurg. Want we zijn ziek. Zij gaan ons beter maken. Doen ze dat niet dan schakelen we ons systeem uiteindelijk uit. We gaan dood.

Soms moet er worden uitgeweken naar andere specialisten van de menselijke IT sector, de psychotherapeuten. U kent ze wel, de ´geitenwollensokkendragers´ die u in een Goeroetaal toespreken terwijl u languit ligt op een versleten sofa, vechtend tegen de slaap, luisterend naar kabbelende bergbeekjes en dwalend over de oneindige schoonheid van het Alpenland. Die gasten die niet verder kunnen tellen dan tot vijf maar dat met zo´n slome, vervelende intonatie in hun stem doen dat je toch wel in slaap valt terwijl zij het dan hypnose noemen. En niet te vergeten die opdrachten die je krijgt. Het lijkt de kleuterschool wel. Cirkeltjes tekenen met woordjes erin, tekeningetjes maken en zinnetjes opschrijven die je elke avond weer opnieuw moet lezen alsof je zo achterlijk bent dat je zelf niet meer weet wat je hebt opgeschreven. Kijk, dat er gasten in de IT sector een hoop geld verdienen met niks is bekend, maar dit is toch eigenlijk wel het dieptepunt. ´Geitenwollensokkentherapeuten´ zijn het. Rot op met die gasten. Ik ben toch niet gek. En zeker geen zwakkeling. Ik kan het makkelijk zelf. Een ziekenhuis is prima. Maar therapie, laat mij niet lachen……..

-´Hallo Huub, kom binnen.´
De deur van het vrolijk geschilderde woonhuis staat open en ik stap de kleine gang binnen.
-´Hoi, ik ben Leonie. Je hebt geen jas aan zie ik. Is ook niet echt nodig met dit weer hè. We gaan naar boven. Daar staat een lekker kopje thee en kunnen we eerst eens wat kennis maken.´
Ik loop voor haar uit naar boven de kamer in waar de deur van open staat. Het is een gewone kamer op de eerste etage van een gewoon rijtjeshuis in Almere. Direct achter de deur staat een klein buro tegen de muur met een stoel ervoor en één aan de zijkant waarop ik plaats neem. Een boekenrek met een aantal planken gevuld met zo´n vijftig boeken, een grote zwart lederen zit/ligstoel, nog een kleinere tafel met stoel maken de inrichting compleet.
-´Zo Huub, ga lekker zitten. Wil je thee?´
-´Ja, lekker.´
-´Suiker?´
-´Nee dank je. ´t Is goed zo.´
-´Je begrijpt dat ik nieuwsgierig ben hoe je bij mij terecht gekomen bent.´
Ik leg haar uit dat ik dagen op het internet heb gezocht naar informatie over teelbalkanker en dat er tussen de dertienduizend achthonderd eenentwintig tips, adviezen en behandelingen best wel iets zal zitten waar ik wat aan heb, maar het een beetje lastig vind te beslissen welke te kiezen.
Dat ik lees dat ik tijdens de behandelingen extra vitaminen moet gaan slikken en waarom juist niet en toch weer wel.
Dat ik begrijp dat het ziekenhuis mij medisch beter wil maken maar dat ik betwijfel of ik steun bij ze kan vinden als ik dat echt nodig heb.
Dàt eigenlijk daar niet zoek omdat het ziekenhuis voor mij juist de plaats van het kwaad is, ondanks de velen lieve mensen die daar werken.
Dat ik heb besloten op mijn gevoel af te gaan en denk dat een stuk externe mentale steun belangrijk kan zijn voor mij en Miranda.
Dat ik haar adres in Almere heb gezien onder het hoofdstukje ´Simonton Therapie´ en heb gewacht tot ze terug is van vakantie om een afspraak te maken.
Dat ik……..

Leonie schrijft af en toe wat op, lacht tussendoor om de manier waarop ik het haar uitleg en luistert. Leonie luistert. Leonie kan goed luisteren en ik wil vertellen. Dat ik mij zo kut voel en baal omdat het allemaal mijn eigen schuld is. Dat ik het had kunnen voorkomen als ik maar jaren eerder naar mijzelf had geluisterd. Dat ik bang ben voor de dingen die komen gaan en dat ik wil dat ze mij helpt. Ik weet zeker dat ik dat wil. Dat wist ik al toen ik binnen kwam. Toen ik haar zag. Zij zal onze moeder Theresa worden. Met deze vrouw aan onze zijde kan Miran en mij niets meer gebeuren.

-´Wanneer heb je gehoord dat je kanker hebt?´
-´Ongeveer 4 weken geleden. Binnen tien seconden was het oordeel geveld en binnen een paar uur lag ik op de operatie tafel.´
-´Het is natuurlijk logisch dat er dan iets gebeurt met je. Wat precies is altijd de vraag. Dat is voor iedereen anders. Weet je nog wat jij dacht toen je het hoorde?´
Ik vertelde wat er die dag gebeurd was en hoe ik het beleefd had.
-´Hoe kijk je er nu tegenaan?´
-´Moeilijk. Het is lastig om het een plaats te geven maar aan de andere kant is het ook heel bijzonder. Het maakt mij ook weer rustig omdat ik nu wel iets tastbaars heb waarom ik mij lichamelijk zo slecht voelde het afgelopen jaar. En het voelt eigenlijk ook een beetje als mijn redding.
-´Jouw redding?´
-´Zoals ik leefde en niet naar mijn lichaam luisterde kon niet langer doorgaan. Op de een of andere manier moest ik gestopt worden want laten we maar zeggen dat God het kennelijk mijn tijd nog niet vond. Hij gaf mij signaal na signaal maar lustige Huubje bleef ze negeren. En toen ik eindelijk wel begon te luisteren was het al te laat. Hij had naar het middel ´kanker´ gegrepen en mij daar mee gezegend. Ik voel het eigenlijk als een soort zegen. Met kanker als basis krijg ik de kans op een nieuw leven.´
-´Geloof mij dat jij niet de enige bent die dit zo ervaart. Voor de buitenwereld is het altijd moeilijk te bevatten maar veel mensen met kanker ervaren het naast natuurlijk alle ellende die het met zich mee brengt ook als een soort zegen. Ook jij zal dat de komende tijd waarschijnlijk steeds sterker kunnen gaan ervaren. We zullen wel zien. Begrijp ik dat jij gelovig bent?´
-´Als gelovig betekend dat ik een bepaalde kerk aanhang dan niet. Maar binnen mijn eigen belevingswereld ben ik zeker gelovig. Gelovig in het feit dat er meer is dan alleen de materialistische wereld om ons heen. Ik denk dat het Geloof of God of hoe je het ook wilt noemen iets is wat in de mensheid zelf zit. Al zou je dat in het dagelijks leven om ons heen nauwelijks kunnen geloven. Maar laten we maar zeggen dat ik bij tijd en wijlen bid tot mijn eigen Goddelijke wereld.´

De eerste stappen van mijn psychosociale begeleiding zijn gezet. Leonie is voor mij de ideale therapeute. Ze straalt rust en een vorm van moederlijkheid uit. Ze is de vertaalster naar mij toe van de zogenaamde Simonton therapie. Een zekere amerikaanse mijnheer Simonton heeft een psychosociale therapie ontwikkeld om mensen met kanker vooral mentaal sterker te maken in hun strijd tegen de ziekte. Let wel, niet met een goocheldoos te genezen van kanker maar gebaseerd op de theorie dat een zo sterk en stabiel mogelijke geestelijke gesteldheid positief kan bijdragen aan de daadwerkelijke genezing.

Een geestelijke en mentale begeleiding bij kankerpatiënten behoort volgens mijn stellige overtuiging bij de primaire aanpak van de mogelijkheid tot genezing. In de eerste plaats natuurlijk om de daadwerkelijke genezing voor elkaar te krijgen maar daarnaast speelt het ook een belangrijke rol in het verdere leven van de (ex) kankerpatiënt. Vergeet niet dat niemand vooraf kan voorspellen wat de gevolgen van deze ziekte na genezing kunnen hebben op de rest van je leven. Geloof mij nu maar dat je leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Een groot aantal relaties van genezen kankerpatiënten gaan stuk nadat de strijd tegen de ziekte met succes is gestreden. Belangrijkste reden hiervoor lijkt het feit dat de man of vrouw in kwestie is veranderd. Veranderd qua levensinstelling, gevoel of zelfs karakter. Het is dus belangrijk hierop voorbereid te zijn. Waarom het risiko lopen op nog meer tragedie als je dat misschien eenvoudig kunt voorkomen.

Ik weet dat er tegen psychosociale therapie vaak nogal laatdunkend wordt aangekeken. Ben je soms te slap om het zelf aan te kunnen? Wat kunnen zij nu toevoegen aan dat wat er in het ziekenhuis al gebeurt? Hoe raar het ook klinkt, deze stellingen zijn voor mij niet van toepassing. Als vanzelfsprekend begint mijn oncoloog met de chemo behandeling. Ondanks het feit dat hij mij niet kan garanderen dat de behandeling aanslaat, mij dus zal genezen, heeft hij geen enkele keer de twijfel uitgesproken wel of niet met de behandeling te beginnen. Sterker nog, de enige reden om mij te behandelen met chemotherapie is het bestrijden van de kanker. Hoe ik zal reageren op de behandeling en wat de gevolgen zijn op langer termijn is vanuit zijn primaire gezichtspunt helemaal geen issue. En in principe deel ik die mening. De kanker is op dat moment ´Huubjes vijand nummer 10´. Waar ik alleen sterk mijn twijfels over heb is waarom elke vorm van medisch ingrijpen voor alle partijen zo vanzelfsprekend is en elke vorm van psychosociale zorg met de nodige vraagtekens wordt benaderd. Ook bij dit laatste geldt dat de noodzaak en het nut niet met zekerheid is vast te stellen. Maar als dat een reden is om er niet aan te beginnen is er net zo goed een reden om niet met de chemo te beginnen. En dat doe ik toch ook?

Hoe mijnheer Simonton zijn therapie bedoelt heeft en op welke wijze deze moet worden ´beleden´ interesseert mij eigenlijk niet. Ik krijg geen Simonton therapie, ik krijg Leonie therapie en die bevalt mij. Dat laatste is de basis voor de ideale psychosociale begeleiding. Simpel gezegd, je hebt gewoon iemand nodig waar je tegenaan kan ouwehoeren, die je helpt te ontspannen, waar je bij uit kan huilen en die begrijpt hoe je je voelt. Die de mensen uit je directe omgeving kan ontlasten en zo nodig ook de helpende hand kan toesteken. Waar je tegen kan schelden zonder dat het persoonlijke gevolgen heeft (en dat kan belangrijk zijn hoor!!!) In mijn verhaal zal ik absoluut niet vertellen wat iemand met kanker moet doen of juist niet moet doen maar goede externe psychosociale begeleiding valt voor mij onder het hoofdstuk ´baat het niet, het schaadt ook niet´. Dat kun je van de vanzelfsprekende chemotherapie niet zeggen.

-´Hoe is Miranda onder de situatie´. Ik voel mijn hoofd bonken en tranen branden in mijn ogen.
-´Ze is natuurlijk ontzettend geschrokken. Net als iedereen. Ik weet het eigenlijk niet echt´.
-´Praten jullie erover?´
-´Ja en nee. Niet echt. Wat valt erover te zeggen. We leven eigenlijk van medische verplichting naar medische verplichting. Dat is het eigenlijk.´
-´Denk je dat ze bang is om je kwijt te raken?´
De sluizen gaan open en de tranen rollen over mijn wangen. Is het angst, de wanhoop, de onzekerheid? Geen idee. Het is een puinhoop en ik voel mij een vulkaan die elk moment kan ontploffen. Leonie laat mij huilen, zegt niets maar geeft mij een papieren zakdoekje en schenkt nog een kop thee in. Het duurt enige minuten voordat ik weer een woord uit kan brengen.
-´Sorry hoor, maar het is ook zo´n ongelofelijke puinhoop´.
-´Wanneer moet je weer naar het ziekenhuis?´
-´Aanstaande maandag heb ik een afspraak met de oncoloog en daarna met iemand van de verpleging van de afdeling oncologie.´
-´Weet je wie jouw oncoloog is?´
-´Hij heet iets van Bak geloof ik´.
-´John Bakker?´
-´Geloof ik wel ja´.
-´Dan ben je in ieder geval in goede handen. Da´s een prima vent, dat zul je wel merken.´

Ik kom inmiddels weer een beetje bij mijn positieve en ik voel mij zeker opgelucht. Dat is iets voor mij zeg, mij zo laten gaan bij een wildvreemde. Ik word iets rustiger.
-´Goed Huub, het is vandaag de eerste keer dat we elkaar ontmoeten. Wat natuurlijk een belangrijke vraag is of je denkt dat ik je tijdens het hele traject kan ondersteunen. Of het klikt tussen jou en mij?´
-´Ik denk dat het heel een erg goede en belangrijke stap is voor mij. Waarbij de kern moet liggen op het overwinnen van die zogenaamde chronische stressgevoelens. Als ik die niet kwijt raken kunnen we de chemo behandelingen ook wel laten zitten.´
-´Okee, dan stel ik voor dat ik vandaag tot slot een ontspanningsoefening met je ga doen. Dat is iets wat je dan thuis ook kunt doen en dan maken we weer een afspraak voor volgende week. Ga lekker in die stoel liggen en dan leg ik je uit wat we gaan doen.´
Ik sta op en laat mij in de zwarte lederen stoel zakken die schuin tegenover mij staat. De behandeling tegen mijn ziekte is begonnen.

Hoofdstuk 6

Copyright © 2002 Huub van Rijn.
Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook.