Hoofdstuk 12: 21 november 2007

Ik zit in de wachtkamer en lees een Margriet van 1972. Gelukkig houden ziekenhuizen de lectuur altijd up to date zodat je je in ieder geval niet hoeft te vervelen tijdens het wachten.
Op het bord staat dat ‘Ernie’ geen wachttijden heeft maar dat las ik drie kwartier geleden ook al. Up to date is het bord in ieder geval niet maar ik heb de tijd. De vrouw die schuin aan de overkant van mij zit hoop ik ook. Ze heeft een mager wit koppie en een sjaal om haar hoofd gewikkeld. Ik kijk haar aan en voel mij, sorry, een moment intens gelukkig. Dat heb ik gehad. Al heel lang gehad. Meer dan vijf jaar geleden zelfs en dus is dit een bijzonder dag. Als ‘Ernie’ vandaag geen afwijkende gegevens op zijn computer ziet staan is het officieel: ik ben genezen!!!
En zo voel ik mij ook: GENEZEN!!!

Er is sinds de ontwijkende manoeuvre van de driepoot veel gebeurd. Medisch gezien alleen maar goede dingen. Hoewel, de zwarte zweren in mijn mond hebben hun werk goed gedaan. Tanden en kiezen zijn in de prullenbak verdwenen en metalen plaatjes met kunststof vervangers zijn in mijn mond gestopt. Uiteraard voor een groot deel voor eigen rekening want onze patiënt vriendelijke ziektekosten verzekeringen zien, ondanks de rapporten van de oncoloog, geen direct verband met de kanker. Begrijp ik goed, was natuurlijk puur toeval allemaal. De oplossingen van mijn gebit zijn tijdelijk en voor meer dan zesduizend euro aan behandelingen liggen nog in het verschiet. Geen probleem natuurlijk. Ik verhoog gewoon de hypotheek op mijn huis en in dertig jaar betaal ik het wel af. Kost mij dan wel het drievoudige maar ja…eigen schuld…had ik maar geen kanker moeten krijgen. Het bestuur van de verzekering kan nu eenmaal niet in lease auto’s onder de twee ton gaan rijden…logisch toch.

Ernie heeft alleen maar goede woorden. Ik ga het Sesamstraat tijdperk achter mij laten en vertrek weer naar de volwassen wereld. De wereld van werk en verantwoordelijkheid.
Natuurlijk ben ik daar de afgelopen vijf jaar al weer stap voor stap mee begonnen. Na de laatste chemo groeide de eerste haren weer snel aan, begon mijn gewicht weer te normaliseren en bleek het leven weer te gaan bestaan uit meer dan overleven. Hoe ga ik mijn relatie weer vorm geven? Wat wil ik met mijn werk? Hoe wil ik eigenlijk in het leven gaan staan? Geen eenvoudige vragen waar toch antwoorden op moesten komen. Gelukkig voor mij bleef ik nog enige maanden die ‘kanker patiënt’ die vooral op zichzelf moest passen. Maar met oppassen en een oppassende omgeving komt er geen brood op de plank. Het moment waarop ik weer volledig deel moest gaan uitmaken van de maatschappij kwam met de minuut dichterbij. Maar was ik nog wel dezelfde Huub als een jaar geleden? Kon of wilde ik nog wel hetzelfde? Een heel nieuw tijdperk leek voor mij aan te breken…….

Het was werkelijk prachtig weer. Met de stoeltjeslift ben ik vanuit Sölden (een leuk skioordje in Oostenrijk) omhoog gebracht naar het bergstation. Ik lijk haast wel alleen op de wereld. Ik hang mijn bepakking op mijn rug en begin aan de wandeltocht.
Een uitgesleten pad van enkele tientallen centimeters breed kronkelt voor mij uit de wijde bergwereld in. Ik begin te lopen en geniet van de wereld om mij heen. Voor mijn gevoel ben ik alleen op de wereld. Geen mens te zien en geen geluid wat deze hemelse omgeving kan verstoren. De warmte van de zon geeft mij het beschermde voel wat ik zoek.
Het gevoel dat mij niets meer kan overkomen….

Een uitgesleten pad kronkeld over de groene alpenweide voor mij uit.
Het contrast van de diepgroene kleur en de helder blauwe lucht geeft mij het warme gevoel te lopen in een hemels paradijs. De onvoorstelbare rust die zich over mij meester maakt geeft een diepgeworteld gelukkig gevoel. Er is geen geluid, anders dan de intense rust van de natuur op deze hoge berg, ruim tweeduizend meter boven ons koude kikkerlandje.
Ik wandel met mijn bagage op mijn rug over het glooiende pad tot ik in de verte een gedaante zie staan…… verder helemaal niets of niemand. Alleen die gedaante.
De aantrekkingskracht is voelbaar in mijn hele lijf. De aantrekkingskracht van die gedaante. Ik stap van het pad af en begin in zijn of haar richting te lopen. Het bleek ‘zijn’ richting, want naarmate ik dichterbij kom ontwaarde ik een gedaante met een lange witte baard en dat komt normaliter niet echt bij een vrouwspersoon voor. Niet alleen zijn baard is lang, ook zijn haren vallen tientallen centimeters lang langs de zijkant van zijn hoofd naar beneden. Zijn witte gewaad maakt het plaatje compleet.

Mijn God, het is toch niet uw Zoon? Dat is volgens mij niet helemaal goed hoor. Een hemelse omgeving en Jezus die op mij wacht. Ho, wacht even…… ik ben genezen hoor. Dit is helemaal verkeerd……
Ik ben de man op enkele tientallen meters genaderd en slaak een zucht van verlichting. Het is niet de Zoon van….ik sta oog in oog met Gandalf, de goede tovenaar uit Lord of the Rings. De man heeft de film trilogie voor een ogenblik verlaten en het witte doek verwisseld voor de Oostenrijkse Alpen.
Ik sta een ogenblik stil en kijk hem vragend aan. Gandalf zegt niets maar strekt zijn arm voor zich uit en wijst. Zijn vinger geeft de richting aan van het vervolg van mijn reis. Ik kijk naar de richting van zijn hand en draai mijzelf ongeveer negentig graden naar rechts en begin langzaam weer te lopen.
De Alpenweide strekt zich nog een kleine tweehonderd meter voor mij uit waarna deze waarschijnlijk weer een stukje naar beneden loopt want na die visuele grens zie ik niets meer. Het eind van de groene weide komt steeds dichterbij en ik voel de temperatuur langzaam zakken. Een koude maar toch zeer aangename rilling trekt door mijn lichaam. Dan maakt een overweldigend nieuw beeld zich van mij meester………

Voor mij zie ik een enorme wereld van bergen en sneeuw. Ik sta aan de rand van de mooiste maagdelijke sneeuwlaag die ik ooit op een berg heb mogen aanschouwen. Het maagdelijke witte vlies strekt zich oneindig ver voor mij uit als een glooiende deken die kilometers ver in de diepte verdwijnt.
Alles valt van mij af. Figuurlijk maar ook letterlijk. Ik voel de rugzak van mijn schouders afglijden en voel mij zo licht als een veertje. Naast mij zie ik een paar skischoenen en ski’s en ik twijfel geen moment. Voor ik het weet sta ik met een paar latten aan mijn voeten en schuifel ik de laatste paar meter over het gras tot ik over de rand van de sneeuw stap. Eén seconde sta ik stil. Wat mij verbaasd is dat ik geen enkele behoefte meer heb om achterom te kijken. Mijn blik is alleen nog maar voorruit en een enorm gevoel van kracht en vrijheid maakt zich van mij meester.
Ik begin te glijden en strek mijn beide armen uit alsof ik vlieg. Dat doe ik ook, ik vlieg over de enorme weidse witte vlakte en schreeuw het uit van vreugde. Niets meer op mijn rug, niets meer in mijn hoofd, alleen maar de vrijheid die voor mij ligt en ik kan mijn ski’s sturen in de richting die ik wil. Die ik écht zelf wil!

-‘Vier…… vijf…… en je bent weer terug in deze kamer’.
Ik open mijn ogen en staar naar het witte plafond van de Almeerse doorzon woning. De stem van Leonie heeft mijn hemelse afdaling beëindigd. Alhoewel, Leonie is misschien een belangrijke mentale kracht geweest de afgelopen maanden, deze afdaling kan ook zij niet meer stoppen. Ik voel mij herboren. Een laatste kopje kruidenthee, een laatste knuffel en de laatste keer de traptreden naar beneden en dan sta ik buiten. Met een diepe zucht haal ik de buitenlucht in mijn lichaam en loop ik naar mijn auto. Hello World…… here i am…… Again!!!!
Tja, wat moet ik nu nog schrijven? Is het verhaal nu verteld of komt er nog meer. Is het kankerleven nu voorbij of begint het nu pas? Dat laatste is natuurlijk onzin. Het kankerleven begon maanden geleden al getuige de afgelopen 11 hoofdstukken.
Maar is het nu dan voorbij?
Helaas niet. Hoewel helaas….gedeeltelijk helaas. Kanker zal altijd een onderdeel van mijn leven blijven. In eerste instantie omdat ik vijf jaar onder controle moest blijven. Dat deel zit tussen hoofdstuk 11 en 12 in. Voor veel van mijn collega’s nog steeds een moeilijke tijd. Komt de kanker terug, is alles wel voldoende behandeld?
Voor mij was dat geen enkel probleem. Het vertrouwen genezen te zijn had zo sterk de bovenhand dat er geen twijfel bij mij was. Is er dan helemaal niets gebeurt in die 5 jaar wat ik nog met jullie wil delen? Zeker wel. Er zijn dingen gebeurt en ik heb over dingen nagedacht die ik ter afsluiting toch nog met jullie wil delen.
Saai? Volgens mij niet. Schokkend? Misschien. Maar ik wil iedereen toch noch iets meegeven. Al is het maar voor mijn eigen gevoel.

Heel veel lieve mensen hebben mij geholpen de ‘strijd’ te overwinnen. Daarvoor moest ik gewoon iets terug doen en hoe kon dat beter dan op oudejaarsavond.
Al mijn steunen en toeverlaten waren aanwezig in ons huisje in Almere. Partytent in de tuin (ijskoud maar oh zo gezellig) en een georganiseerde chaos. De eerste keer dat ik weer alcohol kon drinken en met mij vele andere slachtoffers. Dat kwam de karaoke zeker niet ten goede……
En hoe hoger het alcohol percentage, hoe groter de emoties.

Lieve vrienden: jullie waren en zijn geweldig….
Paps en mams, ik hou van jullie. Jullie hebben mijn gestel toch heel sterk gemaakt!
Arie en Gina, bedankt. Het Feijenoordstadion zal ik nooit meer vergeten.
Janny en Harry, fijnere buren en zulke goede vrienden kan niemand zich wensen.
Henk en Diana, mijn gabber,
Tonny en Leo, zo ver weg en toch zo dichtbij,
Simone, wat leuk dat je er was,
Roy, voor eeuwig,
Miranda, wat moest ik zonder jou.

En nu hoofdstuk 13: effe nog lekker mijn hart luchten……………

Hoofdstuk 13

Copyright © 2002 Huub van Rijn.
Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook.