Het is misschien een open deur maar ik kan mij voorstellen dat het voor elke kankerpatiënt een strijd is om zich staande te houden in het medische circuit. Voor mij is het in ieder geval een heel belangrijk item. Ondanks dat de kanker mijn lot, de vraag ‘leven of dood’, in handen heeft genomen blijft het voor mij belangrijk het gevoel te hebben niet volledig aan de Goden te zijn overgeleverd. Niet aan de Goden-doktoren en zelfs niet aan God zelf. Ik heb voor mijzelf absoluut het gevoel geheel te genezen en wil mij goed voorbereiden op ‘ het leven na de kanker’. Daarvoor ga ik dus naar Leonie. Naar mijn psychosociale therapeute.
Minimaal twee keer per week zit, lig en hang ik bij Leonie in d’r ‘behandelkamer’. Als mijn conditie het tenminste toelaat om mij vanuit mijn privé kasteeltje naar haar behandelend domein te verplaatsen. In het geval mij dat niet zou lukken is Leonie niet te beroerd om mijn kant op te komen maar vanaf het begin heb ik mij erop ingesteld dat dat niet zal gebeuren. Ik wil therapeutische ondersteuning dus ik gá naar therapeutische ondersteuning.
Kanker laat je anders de wereld inkijken. Alle open deuren zijn waar. Gezondheid is het grootste goed wat er voor een mens bestaat en helaas komen we daar niet eerder achter dan wanneer we ziek zijn. Zelfs als je een flinke griep onder je leden hebt ervaar je dit gevoel al een beetje maar wil je er echt ten volle van genieten kan ik je een ziekte als kanker van harte aanbevelen. Dan pas word je echt vertrouwd met al die bekende open deuren. Zo ontzettend veel dingen waar je je in de pre-kanker periode o zo druk over maakte verdwijnen in de tijd van een chemootje of twee als sneeuw voor de zon. Dit ervaar ik als een unieke en heerlijke bijwerking van deze ziekte.
De ervaring van dit gevoel wordt voor mij nog eens versterkt door mijn bezoekjes aan Leonie. Leonie en kanker leren mij weer open naar het leven te kijken. Ik leer te relativeren, leer te luisteren naar mijzelf en ook de goede antwoorden te geven. Leer verschillende zaken in het leven volgens de juiste proporties te onderscheiden en te waarderen. Kortom: ik leer weer te leven als een gezond mens.
In nog geen vijf tellen brengt Leonie mij naar een ander leven. Een soort cyber-achtige wereld waar de producers van de X-Box of Play Station alleen maar van kunnen dromen. Binnen slechts vijf tellen zit ik er midden in.
-‘Zit je lekker.’
Ik zit heerlijk op de grote zwart lederen loungeachtige stoel. Leonie zet een dromerig pingelend muziekje op. Het klinkt vanuit haar vooroorlogse draagbare radio-cassette recorder voor geen meter maar het werkt uiterst rustgevend.
-‘Ik ga nu tellen van een tot vijf en bij vijf ben je in een volmaakte staat van rust. Je mag je ogen dicht doen of open laten.
Tijdens de hele kankertijd brengt Leonie mij sessie na sessie van de ene droomwereld in de andere. Soms letterlijk want dan val ik echt in slaap en ben mij niet bewust van de woorden die zij heeft gesproken. Ze neemt ze ook regelmatig voor mij op, op een cassettebandje van dezelfde geluidskwaliteit als haar recorder. Niet om aan te horen dus, maar ze werken. Thuis in mijn walkman brengen de bandjes mij tot rust, leren ze mij omgaan met de pijn en worden pijn en kanker zelfs vrienden van mij. Zulke goede vrienden dat ik er bijna tegenop zie om ze te gaan verliezen. Dat is uiteindelijk toch wel het doel. Het verliezen van deze ‘goede’ vrienden. Wat mij wel opvalt is dat vanaf het moment dat ik ze als vrienden ga ervaren ik er beter mee om kan gaan. Chemo blijft chemo, kotsen blijft kotsen maar ik ga bijna met plezier boven de wc pot hangen om de boel weer te laten gaan.
Ik zit op een kleine houten bank in een oude sportzaal in Amstelveen. Het is zo’n bankje van een meter of drie lang en maar een centimeter of veertig hoog. Zo’n bankje die we allemaal kennen van de gymlessen op school. Alleen zit ik niet op school. Ik ben in een judoschool en naast mij zit…..ik. Alleen ben ik niet zo’n oude lul als nu maar een jaar of acht. Ik kijk mij aan.
-‘Hee, hoe is ‘t?’
-‘Gaat wel.’
-‘Hoezo, gaat wel. Is er iets mis dan?’
-‘Weet niet. Ik vind dit stom.’
-‘Wat vind je stom?’
-‘Dit. Judo. Ik vind het niet leuk en die andere jongens vind ik ook niet leuk.’
-‘Waarom ben je hier dan?’
-‘Moet ik van mijn ouders. Die vinden het goed voor mij.’
-‘Waarom dan?’
-‘Ze denken dat ik dan beter van mij af kan leren bijten omdat ik jonger en kleiner ben dan de andere kinderen op mijn school.’
-‘Is dat nodig dan, dat je van je af moeten kunnen bijten?’
-‘Weet ik niet. Zij zeggen het.’
-‘Word je gepest dan?’
-‘Volgens mij niet. Althans ik heb geen problemen met anderen kinderen.’
-‘Weet je. Je moet je er niet zoveel van aantrekken. Laat het los. Ik weet zeker dat je ouders je hier heen laten gaan omdat zij denken dat dat het beste voor je is en wie zegt dat dat niet zo is. Laat het los want anders draag je het de rest van je leven met je mee. Nu zie je het als een bevestiging van een soort van zwakheid van jezelf en geloof mij, dat gaat je heel onzeker maken in de rest van je leven. Laat het los. Het is goed zo…’
Ik kijk naar mijzelf omhoog en glimlach. Deze glimlach is wat ik nodig heb. Het is voorbij.
Jarenlang onbewust traumatisch geneuzel wordt systematisch met de hulp van Leonie afgebroken. Is dat haar therapie? Nee, beslist niet. Dat is mijn therapie. Ik geef de signalen aan Leonie en zij pakt ze alleen maar op. Ik heb behoefte aan een grote schoonmaak van mijn verleden omdat ik denk dat dat mij helpt bij mijn genezing van kanker. Omdat ik denk dat mijn verleden en de wijze waarop ik de afgelopen veertig jaar in het leven heb gestaan tot gevolg heeft gehad dat ik mij geestelijk en lichamelijk heb gesloopt met een onherroepelijke jonge dood tot gevolg. Maar ergens was er iemand die dat toch weer te ver vond gaan en mij met een laatste redmiddel tot bezinnen wilde wekken: kanker.
Leonie moet zich gaan specialiseren in cybersex. Kan ze bakken met geld verdienen want verdomd als het niet waar is, naarmate de weken, maanden verstrijken en ik steeds beter ontvankelijk wordt voor haar ‘toverkunsten’, des te realistischer worden de werelden waarin zij mij brengt. En het is niet alleen lol. Zoals gezegd, het actief leren passief te worden, het leren omgaan met de pijn, het zijn de belangrijke bijwerkingen van haar ‘ behandelingen’. Naarmate de tijd verstrijkt wordt ik mij steeds meer bewust van het belang van een goede psycho-sociale begeleiding tijdens deze voor mij zo onbekende reis. Maar het leukste blijft natuurlijk die reizen naar die diepblauwe zeeën, die prachtige onbewoonde eilanden en dat heerlijke skiën vanaf die parelwitte hellingen en dat allemaal vanuit die stoel in dat kamertje in Almere. Super.
Maar daarnaast is er natuurlijk meer. De realiteit en wat je er van maakt (of toch mismaakt?)
Leven met kanker is voor mij in een woord samen te vatten: een kankerleven. Het is een kankerleven voor mijzelf en voor mijn omgeving.
Het is een kankerziekenhuis, kankerchemokuren, het zijn kankerdoktoren, het is gewoon een kankerzootje.
De kunst is om jezelf door dat kankerzootje heen te slepen en als je dat een beetje goed doet is het in veel gevallen best wel lachen.
Zoals ik al eerder zei, je kan soms dingen doen en zeggen die je, toen je nog gezond was, door niemand uit je omgeving werd gepikt.
Lachen!! Je kan soms gebruik maken van situaties die toen je gezond was door andere gezien werd als misbruiken. Lachen!!
En je kan de boel belazeren in ziekenhuizen tot het asociale aan toe….
Wij kankertjes moeten vaak bloed laten prikken. Heel vaak bloed laten prikken. Dat moet ik dus ook en wel in mijn eigen vertrouwde Flevoziekenhuis.
Dat kost je al snel een tot anderhalf uur. Op een dag krijg ik van de afdeling oncologie het vertrouwde formulier mee waarop wordt aangekruist op welke zaken mijn bloed moet worden getest. Wat doet mijn lieve Mieketje (ja, ze is er nog steeds. Klein maar fijn en als een rots in de branding). Ze zet een stempeltje boven het formulier met de gevleugelde tekst: ‘Met voorrang prikken in verband met chemo’. Wat schetst mijn verbazing, aangekomen bij de vampiers van het ziekenhuis. Ik krijg geen nummertje, hoef niet achter in de ellenlange rij plaats te nemen en wordt, met naam en toenaam, binnen enkele minuten geroepen. Dat is nog eens een service!!
Dan komt de dag dat ik niet van Mieke maar van de assistent van John het formulier ontvang.
-‘Zou je mij een plezier kunnen doen en er zo’n stempeltje op willen zetten van ‘met voorrang prikken’ en zo.’
-‘Wat voor stempeltje?’
Ik leg het haar uit maar helaas…ze heeft geen stempeltje. Maar om mij toch tegemoet te komen schrijft ze het er met de hand op.
Thuis gekomen pak ik een markeerstift en markeer de geschreven tekst. Uiteindelijk deed Marjan dat ook onder de noemer van ‘anders zien ze het beneden weer eens niet’.
En wat blijkt. De geschreven gemarkeerde tekst heeft dezelfde inpakt als de stempel. Dus dan gaan mijn radartjes werken.
Ik heb een pen, ik kan schrijven en ik kan markeren. Conclusie: Huub hoeft nooit meer te wachten. Formulier na formulier, maand na maand,
chemo’s al maanden achter de rug, volgens John zo gezond als een vis, maar ik wordt nog steeds met voorrang geprikt.
Een schande tegenover al die andere wachtende slachtoffers, een gedrag om je diep voor te schamen maar het werkt fantastisch.
Miran spreekt er schande van maar ik kan het gewoon niet laten. Zelfs na de wintersportvakantie. Ik zie er fantastisch uit, lekker bruin
gekleurd, maar wordt nog steeds ‘met voorrang geprikt in verband met chemo’.
Dan komt die bewuste donderdagmiddag.
Drukker heb ik het nog nooit meegemaakt bij de bloedprikkers en ik voel een onbewuste vorm van schaamte over mij heen komen als ik dwars
door de wachtkamer, waar ik eigenlijk zelfs het eerste nummertje moet trekken om alleen al bij de balie te komen, loop naar de balie toe.
Voor mij een man van honderd tachtig jaar oud, steunend op een driepoot. Hij levert zijn formulier in en krijgt nummer 82.
Ik kijk naar het display en zie nummer 23 staan. Dan kom ik met mijn ‘met voorrang….’ zelfstandig gefraudeerde formulier.
De dame neemt het formulier in ontvangst.
-‘Gaat u maar even zitten. U wordt zo geroepen.’
Ik zit nog niet eens of ik hoor.
-‘Mijnheer Van Rijn?’
Binnen, prikken, wegwezen. Terwijl ik naar buiten loop moet ik de driepoot van de oude man ontwijken. Dit is schande!!!
Mijn medische kankertijd is voorbij. Ik moet mij weer gaan gedragen als iedereen. Netjes achter in de rij gaan staan.
En laten we eerlijk zijn: God zij dank!!!!