Lang, maar nog niet zo heel lang geleden bestond er een mooi en vredig land.
Ik ken dat land heel erg goed. Ik ben er geboren. Het land heet: Mijn Lichaam. Toch zeg ik ‘bestond’
in plaats van ‘bestaat’ want het land is niet langer vredig. Er is oorlog.
Voor de oorlog was er een vredig en stabiel bestaan voor iedereen in Mijn Lichaam. De bevolking
van Mijn Lichaam, Het Volk der Cellen, had tot voor het uitbreken van de oorlog een prima bestaan.
Af en toe werd het aangevallen door een kleine vijandige groepering van buitenaf waardoor sommige
Cellen ziek werden maar dan kwam het Immuniteitsleger om de vijand te bezweren en dankzij de ultieme
landelijk georganiseerde medische voorzieningen werden de Cellen weer gezond en leefden iedereen
weer vrolijk verder.
Maar toen kwam De Bezetting. Ze hadden dat nooit kunnen voorzien want deze Bezetting kwam niet van
buitenaf. Het was geen gewoon leger dat probeerde Mijn Lichaam aan te vallen, het waren terroristen
van binnenuit. Het Immuniteitsleger had de aanval nooit zien aankomen en toen het in de gaten had
wat er aan de hand was, was het al te laat. Deze terroristengroep, de Cellen der Kanker, voerden
hun aanval stap voor stap en in alle rust uit. Ze waren er altijd al. Stiekem en vermomd als gewone
gezonde medeburgers onder Het Volk der Cellen maar wachtend op een teken om zich te gaan openbaren
als Cellen der Kanker.
Nu was het dus zover. De Cellen der Kanker hadden onder leiding van Kareltje K. de macht in het
eens zo democratische Mijn Lichaam overgenomen en terroriseerden de bevolking. Het Immuniteitsleger
bleek niet sterk genoeg en langzaam maar zeker werd het Volk der Cellen uitgemoord. De bevolking
van Het Lichaam is ter dode opgeschreven.
Ver van het land Het Lichaam kwam de Medische Veiligheidsraad bijeen.
Er was oorlog in Het Lichaam en dat konden de overige leden van de Medische Veiligheidsraad niet
over hun kant laten gaan. Ze kenden Kareltje K. maar al te goed en al velen tientallen jaren
bestrijden ze hem.
Velen landen zijn ten onder gegaan maar even zo velen landen hebben ze kunnen bevrijdden van het juk der K.
Generaal Bakker nam het woord tijdens de vergadering.
-‘Leden van de Raad. Het is oorlog in Mijn Lichaam en het volk lijdt onder de onderdrukking van
Kareltje K. Ik vraag de raad toestemming om een interventiemacht in te zetten tegen K. en zo de
stabiliteit in Mijn Lichaam te herstellen.’
-‘En wat gaat dat allemaal wel kosten dan, Generaal Bakker?’
-‘Ik stel voor om met gerichte bombardementen de Cellen der Kanker te gaan bestrijden volgens de
laatste technieken. Mijn gedachten gaan uit naar chemo bombardementen met platina munitie. Het
zullen precisie bombardementen zijn en we zullen de terroristische cellen ermee aanvallen tot ze
er letterlijk dood bij neer vallen.’
En zo gebeurde het. Er werd een vrijheidsleger samengesteld en de precisie
chemo bombardementen begonnen. De Cellen der Kanker kregen het zwaar maar helaas waren de bombardementen
niet zo ‘precisie’ als ‘precisie’ zou moeten zijn. Een verwoesting werd aangericht en vooral het
Immuniteitsleger werd zware verliezen toegebracht. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Het
vrijheidsleger kon nog zo sterk zijn, zonder de hulp van het Immuniteitsleger van Mijn Lichaam zou
het de oorlog toch gaan verliezen.
De regering van Mijn Lichaam, natuurlijk in ballingschap en ergens
ondergedoken op een donker plekje in Mijn Lichaam, zag het allemaal met lede ogen aan.
Natuurlijk waren ze blij met de hulp van de Medische Veiligheidsraad en hadden ze alle vertrouwen
in Generaal Bakker, maar al die onschuldige slachtoffers die omkwamen bij de chemo bombardementen
en die dreigende definitieve ondergang van het Immuniteitsleger. Was daar nou niets tegen te doen?
Helaas, daar was iets tegen te doen.
Helaas, zult u zeggen? Hoezo, ‘helaas’! Dat is toch juist mooi? Dat is ook heel mooi maar ik zeg
‘helaas’ omdat de heren van de Medische Veiligheidsraad geen toestemming geven om ter compensatie
van de schade die de chemo bombardementen aanrichtten op het Immuniteitsleger een middel ter
beschikking te stellen wat die schade kan beperken. Het middel bestond wel en zou ook een positieve
invloed hebben gehad op de bevolking van Mijn Lichaam maar… het kostte geld.
Chemo bombardementen veroorzaken leed en ellende onder onschuldige slachtoffers
maar de hoge heren vinden dat leed te overzien. Waarom zou je dat leed dan kleiner maken? Dat kost
geld. Dus werd het de regering in ballingschap van Mijn Land niet verteld. Toen uiteindelijk de
schade te groot bleek kwam Generaal Bakker met een verlossend bericht: gedurende de komende
aanvallen zal de Medische Veiligheidsraad toch een middel ter beschikking stellen wat de verzwakking
van het Immuniteitsleger zou gaan verminderen. Berekeningen hadden uitgewezen dat de kosten voor
het herstellen van de schade waarschijnlijk groter zouden gaan uitvallen dan de pogingen tot het
voorkomen ervan. Geen menselijke maar een economische beslissing dus. Hoe het ook zij: zo geschiedde……
Het is duidelijk voor John. De chemokuren veroorzaken bij mij zodanige
schade dat we moeten proberen dit te gaan beperken en dat kan. Met injecties. Hij zorgt voor financiële dekking.
-‘Maar hoe en van wie krijg ik die injecties dan?’
-‘Dat kunnen jullie gewoon zelf thuis doen. Als Miranda je woensdag komt halen zal Marleen jullie
laten zien hoe het moet. Die injecties kunnen gewoon onderhuids worden ingebracht, bijvoorbeeld in
je been of je billen. Je been is het makkelijkst.'
Ik moet mijzelf dus nu ook gaan prikken? Ik dacht het niet…..
-‘Dat mag jij dus gaan doen’, zeg ik kijkend naar Miranda.
-‘Ik weet niet of ik dat wel kan. Het idee een injectienaald in je te prikken….’
-‘Hoeveel injecties zijn dat dan?’
-‘Na elke behandeling krijg je er tien mee. Daarmee zorgen we ervoor dat je zogenaamde dip in je
immuunsysteem minder heftig en vooral korter is waardoor je minder vatbaar wordt voor allerlei
virussen van buitenaf. Ik heb er zeer goede ervaringen mee.’
-‘Dus zou iedereen die sowieso moeten krijgen.’
-‘Eigenlijk wel maar dat is een kwestie van kosten. Een enkele injectie kost tussen de honderd
vijfenzeventig en tweehonderd Euro dus dat wordt normaal niet vergoed. Maar met datgene wat jou de
afgelopen weken is overkomen krijg ik het er wel doorheen. Het is in ieder geval aannemelijk te
maken dat de kosten zonder injecties bij jou wel eens hoger kunnen uitvallen dan met.’
Zoals de geschiedenis van Mijn Lichaam al aantoonde: het gaat om de kosten.
Verder geen commentaar.
Maandag zesentwintig augustus meld ik mij weer in het
ziekenhuis. Het driedaagse ritueel herhaalt zich echter nu wel op een eenpersoons
kamer. Een stuk prettiger. Nu kan ik tenminste poepen, plassen en kotsen op mijn
eigen privé toilet. Ja, zelfs douchen. Al moet ik zeggen dat aan- en uitkleden met
een infuusstandaard aan mijn zijde een heel aparte ervaring is. Half uitkleden
natuurlijk want het T-shirt blijft aan de arm die verbonden is met die zelfde
infuusstandaard natuurlijk gewoon hangen. De goocheltruc om die uit te krijgen
heb ik gedurende de behandeling nooit gevonden.
De woensdagmiddag komt, Miranda komt, Marleen komt en de voorbeeldnaald komt!
-‘Ga je het zelf doen of laat je het doen?’
-‘Ik laat het doen!’
-‘Laat het doen?’ Miranda kijkt mij vertwijfeld aan. ‘Ik weet het niet hoor.’
-‘Ik ga echt niet in mijn eigen been lopen prikken. Aan injectienaalden ben ik inmiddels wel gewend maar om het nu echt zelf te gaan doen gaat mij toch een beetje te ver.’
Marleen richt zich tot Miranda.
-‘Het valt best wel mee. We kunnen nu ‘droog’ oefenen. Kom maar even hier naast mij staan.’
Ze maakt een klein koffertje open met een soort van kussen dat de functie van surrogaat arm, in mijn geval been, moet hebben en een injectiespuit.
-‘Het is heel simpel. Je moet alleen even aan het idee wennen en niet bang zijn om het te doen. Het beste is het om het in zijn bovenbeen te doen. Je pakt de bovenzijde van zijn been zo beet en zet de naald er zo in en drukt hem zachtjes leeg. ’
Miran en ik kijken elkaar aan en we lezen in elkaars ogen hetzelfde: gatverdamme!
Maar goed. Wat moet…..moet.
Miran doet Marleen met de surrogaat arm/been na. Ze doet het nog een keer. En nog een keer.
-‘Ik denk wel dat ik het weet. Maar als het niet lukt dan doe je het maar mooi zelf’, zegt ze mij aankijkend.
Ik laat ‘r gewoon lullen. Of ze het leuk vindt of niet. Zij prikt in mijn been. Ik doe het zelf voor geen goud.
‘AAAAAAAHHHH!!!! (alles wat er nog na kwam is gecensureerd)
Ik spring op van de bank en geef Miran nog net geen frontale kaakslag, een reflex die een direct
gevolg is van de poging om met de injectienaald mijn rechterbeen te amputeren.
Woensdagavond moesten we ermee beginnen en dat ging, net als gisterenavond, binnen de normen van
een acceptabele pijngrens. Maar het kan dus ook anders!!
-‘Wat doe je nou, stomme trut. Als je mij dood wil hebben kan je ook gewoon nog even wachten hoor’,
klinkt mijn totaal onacceptabele asociale reactie. Ze schrikt hier zo van dat ze achteruit deinst
en tranen direct over d’r wangen beginnen te lopen. Ik pak de injectiespuit, die inmiddels op de
grond was beland, op en ga woedend op de andere hoek van de bank zitten.
-‘Dat was dus de laatste keer. Ik doe het zelf wel als jij er te stom voor bent.’
Terwijl ik mijn rechter broekspijp weer oprol staat Miranda op en loopt ze zonder een woord te
zeggen de trap af naar beneden. Ik ben blind voor haar reactie en doof voor haar snikken. Ik ben een
egoïstische lul met een spuit in mijn hand. Die spuit moet in mijn rechterbeen en nu moet ik het
zelf doen. De hulp van Miran heb ik helemaal verspeeld. In ieder geval wat dit betreft.
Het is zo simpel. Gewoon een stuk been pakken en onderhuids de naald erin
rossen. Dat vooral niet in een spier te doen want dat was de oorzaak van mijn ‘ bijna dood ervaring’.
Maar ja, in een been van een vijfenvijftig kilo wegend ventje zit vrijwel niets meer dus een spier
is snel geraakt. Mijn woede op alles en iedereen is waarschijnlijk zo groot dat ik in een keer die
naald erin jaag en de spuit leeg druk. Voor mijn gevoel verga ik van de pijn en ik smijt de lege
spuit door de huiskamer. Erg verstandig met een rondlopende hond, die overigens ook als een angstig
wit wezen in een hoek ligt weggekropen. Huize Van Rijn is onverwacht omgetoverd in een Huis van Verdoemenis.
In plaats van naar Miranda toe te gaan, mijn diepe, diepe excuses aan te bieden en haar te troosten
blijf ik, zwaar beledigd en overtuigd van mijn terechte woede, boven op de bank zitten. Het excuus
van ontoerekeningsvatbaarheid geldt hier beslist niet. Pijn of geen pijn, mijn reactie is niet goed
te praten en het duurt zeker een half uur voordat het normale verstand weer een beetje terug komt.
Miran is nog steeds beneden. Ik schaam mij diep en ga uiteindelijk naar haar toe. Zodra ik de keuken
inloop en haar aankijk barst ik in tranen uit. Schaamte, ellende, pijn.
Schaamte……. Schaamte! Miran is alles voor mij, doet alles en zet alles voor mij opzij en dan doe ik zoiets.
Het is aan haar innerlijke kracht te danken dat we geen woorden nodig hebben om de draad, de voor
ons beiden zo moeilijke draad, weer op te pakken. Als God bestaat is zij mijn Maria.
De injecties zijn een groot goed voor mij en dat realiseer ik mij ook wel.
Toch is voor mij het mijzelf injecteren de bevestiging van hoe ernstig het eigenlijk met mij is
gesteld. Pillen, pillen en nog eens pillen blijken nog niet voldoende. Nu moet ik mijzelf ook nog
prikken. Naarmate het aantal gaten in mijn been met de dag toeneemt wordt het ook steeds moeilijker
en helaas ook pijnlijker. Elke dag zie ik steeds erger tegen het priktijdstip op. Het invallen van
de avond maakt het allemaal nog somberder en uiteindelijk besluit ik om het aan het eind van de
middag maar te doen, als het nog licht is. Ik word trouwens wel een mannetje van waarde. Dertig
injecties, tien na elk ziekenhuisbezoek, voor zo’n tweehonderd euro per stuk is ongeveer, circa,
pak ‘m beet zo’n zesduizend euro totaal. Kassa. Eigenlijk een schande dat ik er dan niet een beetje
van kan genieten. Maar ach, ik heb kanker en dan heb je voor vrijwel overal een excuus, toch?