Hoofdstuk 1: 14 juni, wat een k.... dag!

De gang is oneindig lang. Het ene moment helder wit, bijna verblindend, het volgende moment zwart als de donkerste nacht. Links en rechts flitsen deuren langs mij heen open, of zijn het alleen grote holle gaten waarin, als je niet heel oppast, kan verdwijnen om te worden opgeslokt door de helse vuren van het binnenste der aarde. De stilte van de gang is onwerkelijk. Er is totaal geen geluid. Of toch. Een soort zachte, eentonige ruis klinkt in het onderbewuste van mijn hoofd. De ruis wordt harder en harder tot het bijna als een schreeuw door mijn hersenen trekt.
-´Hier moeten we even wachten.´
-´Hè…wat….
-´We moeten hier even wachten. We worden zo geroepen voor de longfoto´.
Ik kijk Miranda aan en voel hoe ze mij langzaam op de stoel in de open wachtkamer trekt die naast haar staat. Het zijn van die heerlijk comfortabel ongestoffeerde kantoorstoelen. Waarschijnlijk geschonken door een of andere ziektekosten verzekeringsmaatschappij nadat ze bij de Arbodienst waren afgekeurd. Ik realiseer mij nog niet helemaal waar ik ben maar kan mij nog wel herinneren dat er nog niet zo lang geleden een of andere vreemde vent exact tien seconden in mijn twee kleine ronde vriendjes onder mijn mannelijkheid heeft geknepen en mij vervolgens een Salomons Oordeel heeft gegeven. Ter Beschikking van de Medici, TBM en de tijd gaat in……….NU!!
Zittend op de stoel dringt het weer tot mij door: die vent van zonet gaat mijn ballen eraf snijden. Hij zei ´bal´ maar één klein tikje teveel naar links of naar rechts en we spreken van ´ballen´. Ik word een gehandicapte. Mensen gaan mij nawijzen op straat. Ik kan nooit meer naar een zwembad, laat staan naar een sauna. Hij snijdt het zakie open, floept het een en ander eruit en naait het weer dicht. Plastische chirurgie. Dat moet ik hebben. Waar is die afdeling? Laten we vast een afspraak gaan maken.

-´Huub, ik loop even naar buiten. Het duurt denk ik nog wel even en dan kan ik even een sigaretje roken en alvast een paar mensen voor ons bellen´. Waarvoor moet zij nu een paar mensen bellen?
Oh ja, wacht eens even. Ik weet het volgens mij weer. Wat zei die vent ook al weer nadat hij een beetje had zitten friemelen?
-´Dat ziet er niet goed uit. Ik vrees dat het kwaadaardig is. Ik wil als het mogelijk is vanmiddag nog opereren´.
-´Wat bedoelt u met kwaadaardig?´
-´Wat ik zeg. Kwaadaardig. U heeft waarschijnlijk kanker. Teelbalkanker.´
Bah, dokter, wat een vieze woorden zegt u.
-´Teelbalkanker. Jezus…. En over wat voor operatie praten we hier´.
-´We moeten uw teelbal direct verwijderen. Dan kunnen we ook pas met zekerheid zeggen of het kwaadaardig is maar gaat u daar maar vanuit. Daarna zal moeten worden bekeken of er sprake is van verdere uitzaaiingen en of verdere behandeling nodig is.
Mijn uroloog is een oetlul met twee ballen. Hij wel. Er bestaat geen enkele richtlijn over de wijze waarop je iemand moet vertellen dat hij kanker dan wel zeer waarschijnlijk kanker heeft. Er bestaat geen enkele richtlijn over hoe het wel moet maar nu wel een over hoe het niet moet. Het moet niet zoals die oetlul dat deed. Kouder, onpersoonlijker en afstandelijker is niet mogelijk.
Een schande dat zo iemand arts mag zijn en een nog grotere schande dat, naar later zou blijken, ook bij zijn collega’s de reputatie heeft een oetlul te zijn en niemand doet iets. Stuur die vent naar een cursus ‘hoe om te gaan met je medemens’ of zoiets. Zelfs een schriftelijke LOI cursus zou al beter zijn dan niets. Ongelofelijk!! De OETLUL.

Toen ik het nieuws hoorde realiseerde ik mij ineens dat er twee soorten mensen op de wereld zijn: mensen en kankerpatiënten. Zomaar ineens hoorde ik nu bij die laatste. Ik was geen mens meer, ik was kankerpatiënt geworden. Het oordeel had geklonken.
-´Hebben ze je nog niet geroepen?´
De onverwachte stem van Miran brengt mij terug in de realiteit. Hoewel er voor mij geen enkele sprake is van realiteit. Ik ben gevangen in een onwerkelijke enge droom en wacht tot ik er door een kus en een aai van mijn moeder uit zal ontwaken.
-´Nog niet. Misschien is het anders slim om eerst bloed te laten prikken. Daarvoor heb je toch ook papieren gekregen?´
Miran kijkt door de stapel papieren die zij zojuist van onze ´menselijke´ uroloog heeft ontvangen.
-´Laten we toch nog maar even wachten. Je zal net zien dat ze ons roepen als we weg zijn.´
Voor mijn gevoel duurt het uren voordat ik door een dame in een witte jas een ruimte wordt binnengeroepen. Het is er koud en schemerdonker en het geluid van de airco komt in deze omgeving bijna dreigend over.
-´Als u uw shirt uit wilt trekken en met uw borst tegen deze plaat wilt gaan staan dan stellen we het apparaat even op de goede hoogte.´
Mijn shirt uittrekken? Voel je wel hoe koud het is? Met ontblote borst zet ik mij tegen de plaat van apparaat. Koud!!!
-´Ik vraag u zo direct in te ademen en uw adem vast te houden. Blijft u dan wel doodstil staan voor de foto.´
Ik ril bijna van die plaat af en moet nog doodstil staan ook! Hoop dat mijn longen wel een beetje lief lachen. Op een stelletje chagrijnen zit niemand te wachten. Voor ik het weet is het al gebeurd en met een ´als u even wacht dan hoort u of de foto is gelukt´ sta ik weer in de wachtkamer.
De kop is eraf en de toon is gezet. Vanaf nu ben ik niet alleen officieel maar ook praktisch Ter Beschikking van de Medici voor velen beter bekend als ´Aan De Goden Overgeleverd´. Mijn longen hebben zich kennelijk van hun beste kant laten zijn want de foto´s zijn gelukt en dus op naar de bloed-prik-mensen.
Even bloed prikken is er in het ziekenhuis niet bij. Er zijn zo´n dertienduizend achthonderd en vijfentwintig slachtoffers voor mij. Dit kan wel eens een week of acht gaan duren!
Hee, hallo. Gaan jullie eens aan de kant. Ik ben het, die nieuwe kankerpatiënt. Ik ben zielig en moet nog vandaag onder het (slagers)mes.

Hallo!!!!!

Niemand schijnt mijn noodkreet op te merken. Misschien had ik hem moeten uitschreeuwen in plaats van te proberen telepathische signalen uit te zenden. Maar een uurtje later is het dan zover. Buisje, na buisje, na buisje, na buisje, na buisje, na buisje, na buisje en na nog meer buisjes wordt mijn kostbare rode motorolie afgetapt en voorzien van mijn naam en geboortedatum netjes in een rekje geplaatst. Vanmiddag bij de operatie hoeven ze zich over teveel bloedverlies geen zorgen meer te maken. Alles zit al in die buisjes.

En dan zijn ze daar….paps en mams. In slechts een paar uur is hun volwassen zoon weer het kind van vroeger. Het kind dat zorg nodig heeft, wat je nog niet los kan laten omdat het dan helemaal verkeerd zal gaan en je aan de hand moet houden omdat het anders onder de eerste de beste auto zal lopen. De hoeveelheid tranen die vloeien vallen in het niet tegen de afgegeven liters (?) bloed. Misschien is dit wel hèt moment waarop de realiteit pas echt tot ons doordringt. Het besef dat machteloosheid, onzekerheid en verdriet voor een belangrijk deel de komende dagen, weken, maanden, misschien zelfs langer, ons leven zal gaan beheersen. Maar voordat het zover is, is het eerst tijd voor het mes. Het mes van de uroloog. Van die lieve, aardige uroloog.
Rond een uur of vier krijg ik mijn eigen bed en een wel heel gewaagd lichtblauw jurkje. Volgens het verplegend personeel is dat ‘voor de operatie’ maar volgens mij willen die zustertjes gewoon naar mijn prachtige billen kijken. Mijn twijfel wordt nog versterkt als er een jong blozend dametje binnen komt met in haar hand een scheermesje. -´eh, mijnheer Van Rijn, u moet voor de operatie nog wel worden geschoren. Misschien dat u dat het beste zelf even kunt doen of anders uw vrouw. Ik ben daar denk ik niet zo handig in´.
Geachte bikinilijn verwijderende dames: zouden jullie het in jullie hoofd halen om zonder enige vorm van water of scheerschuim uw edele geslachtsstreek aan te vallen met het goedkoopste soort enkelvoudige plastic mesje? Ik dacht het niet. Deze twijfelachtig handeling mag ik nu wel gaan verrichten…..
-´Geeft u maar hier dan probeer ik het wel.´
Miranda pakt het minuscule moordwapen uit de hand van de zuster die met een zucht van verlichting snel de zaal verlaat. Lakentje opzij, jurkje omhoog en aanvallen!!
-´Kijk maar even of het zo gaat anders vraag ik nog wel water of zo. Lekker geregeld op deze manier.´
Met de voorzichtige hand van een liefhebbende vrouw verwijderd Miran haartje na haartje tot de omgeving van mijn mannelijkheid operatieklaar wordt verklaard. Nu is het pas echt een geslachtsstreek. Klaar om geslacht te worden.

Het is vreemd als je eigenlijk nooit echt ziek bent geweest, zelfs een soort van anti-ziek-beleid in je leven te hebben gehad, om dan achter te blijven in een ziekenhuis en dan ook nog gekoppeld aan een ziekenhuisbed, terwijl je vrouw weer naar huis gaat. Het leuke van mijn nieuwe omgeving is wel dat ik mij ineens stukken jonger voel dan een paar uur daarvoor. Niet omdat er in mijn gesteldheid iets is veranderd maar de drie heren die bij mij op de kamer liggen zijn volgens mij bij elkaar zo´n tig-honderd jaar oud. Als je niet beter weet ben ik nu op een verpleegafdeling van een of ander bejaardentehuis terecht gekomen. Niets ten nadele van oudere mensen natuurlijk maar om nu al op mijn leeftijd een kamer met ze te moeten delen….
Of het überhaupt gezellig kan worden met mijn nieuwe slapies valt nog niet te ontdekken want de gang naar de operatiekamer wordt snel gemaakt. Het middeltje dat mij inmiddels was toegediend om al wat suffer te worden doet zijn werk prima: ik ben nog klaarwakker!!
Klaarwakker word ik door gangen en liften verplaatst naar het steriele slachthuis waar dan uiteindelijk het zieke deel van ´mijn zakie´ vakkundig zal worden verwijderd door die…ach laten we het daar maar niet meer over hebben. Hoewel, als hij van plan is om te komen……
-´Zeg, weet hij eigenlijk wel dat wij hier al zijn?´
-´Dat is toch doorgegeven?´
-´Neem ik wel aan maar zie jij hem, zie ik hem?´
Hallo mensen, zien jullie mij? Gaat alles goed daarboven?
-´Misschien moeten we even bellen?´
Kijk eens aan. Daar komt er nog één binnen.
-´Heb jij gehoord of de dokter er al is?´
-´Is hij er nog niet dan?´
-´Zie jij hem, zie ik hem?´
-´Nou dat begrijp ik niet. Hoewel het mij bij hem niet verbaasd. Misschien moeten we….en….want…. UIT.

-´Ah, u bent weer wakker. Uw vrouw wacht al op u. Normaal laten we geen familieleden toe in de uitslaapruimte maar omdat u toch maar de enige bent hier. Vindt u het prettig als ze even bij u komt.
Miranda aan mij zijde? Maar natuurlijk. Let the woman in!!
-´Hoi. Hoe is het? Heb je pijn?
Pijn? Waaraan? Oh God, mijn ´zakie´. Ze hebben mijn ´zakie´ aan gort gesneden.
Ik til de deken op en zie een heel klein verbandje ter hoogte van mijn liesstreek. Voorzichtig voel ik met mijn hand onder de dekens en voel voorzichtig aan…..mijn bal. Ballen is verleden tijd. Eén van de twee broertjes heeft helaas vroegtijdig mijn goddelijke lichaam moeten verlaten.
-´Nee ik heb geen pijn maar hoe ziet het eruit?´
Een korte blik onder de dekens is voor haar al voldoende.
-´Ik zie er niets van.´
-´Dus ik hoef mij geen zorgen te maken?´
-´Ik zie in ieder geval niets schokkends dus volgens mij valt dat allemaal wel mee.´
-´We gaan u weer naar boven brengen.´
De verpleegster onderbreekt het intieme familiaire onderzoeksproject en haalt de rem van het bed af.
-´U kunt direct met ons meelopen hoor. Het is nog geen bezoekuur op de afdeling maar als u wilt mag u gewoon bij uw man blijven.´
Mogen, mogen! Er valt niets te mogen. Miran is hier, blijft hier en ´verlaat de zijde van haar echtnoot niet eerder´ dan wanneer ik haar weer wil laten gaan. Ik daar zowel fysiek als psychisch aan toe ben. Dus nooit!

Portugal – Zuid Korea.
Als je toch zo nodig ziek moet worden en daarbij in bed moet liggen adviseer ik je dat te doen tijdens een wereldkampioenschap voetbal. Je hebt dan in ieder geval iets te doen. Voetbal op tv. Boven mijn bed hangt een prachtig toestel en op het kastje naast mijn bed een zeer gebruiksvriendelijke afstandsbediening. Hoewel, gebruiksvriendelijk? Op welk knopje ik ook druk ik blijf één of ander ziekenhuis testbeeld houden en hoewel de bal bij mijn buurman vrolijk rolt, bij mij blijft het eeuwig rust. Televisie boven je bed kun je alleen laten activeren voor tien uur ´s morgens. Doe hier je voordeel mee. Bij diagnose kanker voor tien uur informeer direct naar het aan jouw toegewezen kamernummer en bed en regel de televisieaansluiting. Geloof mij, als naast je jouw buurman de hele avond ligt te kijken en jij ziet niets dan heb je er behoorlijk de klere in!
Maar ik heb geluk. Vrij vertaald: een lieve buurman. Ondanks dat hij volgens mij de afgelopen twee jaar meer in het ziekenhuis heeft gelegen dan dat hij daarbuiten is geweest is hij de opgewektheid zelve en bereid mij mee te laten genieten van ´zijn voetbal op tv´. Dus mijn bed een beetje opzij geschoven, televisie een stukje gedraaid en daar gaan de Portugezen richting het Zuid Koreaanse doel.
-´Die Guus van ons laat dat zooitje best aardig ballen´, refereert mijn buurman aan ´onze Guus Hiddink´ die de twijfelachtige eer op zich heeft genomen om als bondscoach van het Zuid Koreaanse elftal als enige Nederlander deel te mogen nemen aan het WK.
-´Ze hebben volgens mij best wel aardige resultaten neergezet de laatste tijd. Met een beetje mazzel komen ze toch de eerste ronde door. Volgens mij hebben ze nog nooit een wedstrijd gewonnen op een WK. Zelfs nog niet eens een doelpunt gemaakt. Dus eigenlijk kan Guusje het alleen maar beter doen.´
Het is natuurlijk algemeen bekend dat de Koreanen technisch gezien behoren tot de absolute top van de wereld en dan bedoel ik het niet voetbaltechnisch. Hoewel eerlijk gebied mij te zeggen dat die kleine mannetjes zeer behoorlijk met een bal overweg kunnen. Maar kijkend naar de wedstrijd kan ik mij toch niet aan de indruk onttrekken dat er met dat doel van de Koreanen toch iets eigenaardigs aan de hand moet zijn. Wat die Portugezen ook proberen, de bal gaat er niet in. Als je niet beter zou weten (en wij weten toch beter) zou je haast gaan denken dat ze een soort van elektronische straling tussen die palen hebben wat een onzichtbare muur vormt die de bal telkens weer terug het veld in brengt. Dan gebeurt wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden….
-´Goal!!! Hoe is het mogelijk. De Koreanen. 0 – 1 voor Korea. Die Portugezen staan achter. Hoe is het mogelijk.´
-´Dit is ongelofelijk. Die gasten spelen ook letterlijk voor volk en vaderland. Die willen pas echt winnen´.
Ik hoor het mij nog zeggen. Die WILLEN pas echt winnen en wat gebeurt er. Ze winnen!!
Willen. Zo´n simpel woord. Willen en niet moeten. Even ben ik mijn ziekte vergeten. Even lig ik niet in het ziekenhuis maar gewoon met een geweldige vent voetbal te kijken en zijn wij beiden getuige van een wonder. Een wonder voor ons toeschouwers maar waarschijnlijk niet voor die elf Koreanen. Zij wisten dat ze konden winnen. Zouden winnen. Want zij wilden winnen. En Portugal? Eén van de kampioenskandidaten: Portugal? Portugal kan naar huis. Guus mag nog even blijven.

Hoofdstuk 2

Copyright © 2002 Huub van Rijn.
Alle rechten voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, bewerkt en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische media of op welke andere wijze ook.